HomeBrief aan alle Nederlandsche Werklieden, leden en geen leden van de InternationalePagina 22

JPEG (Deze pagina), 548.38 KB

TIFF (Deze pagina), 5.13 MB

PDF (Volledig document), 15.97 MB

ll
^, keukenmeid. Maar denk jelui jongens, dat ze dien pot
toen we getrouwd waren, een halven dag heeft gemist?
Jans zeit dat het met lekker eten net gaat als met alles
jl wat je alle dagen hebt, daar gaat het raar van af.
Ze zeit dat haar volk - groote lui hoor - altüd aan
hun vrinden vertelden van een reisje, toen ze ergens-
á. ik weet niet waar ­ geen losies konden krügeng toen
i ze zich op een zolderkamertje in een bedstee behelpen
_ moesten, en twee dagen niets als zwart brood en melk
lj en een eindje worst konden krügen, en dat ze daar l
al altijd met zoo’n schik en behei van vertelden alsof dat
jg nou de pleizierigste tüd van hun leven was geweest. ­ ii
Ja, zul jelui zeggen, maar ’t r§kelui’s smullen is toch ;
i niet kinderachtig, en ik wou toch liever aan hun tafels A
zitten als voor onzen schralen kost. Ik zei het ook,
; maar meester gaf me laatst een goed bescheid: Dat i
moet je nog niet zeggen , zeidie. Alles heeft zün mooi A
; en zijn leelijk. God is rechtvaardig, zei meester, en i
j let jij nou eens op neef, zeidie tegen me, of de rijke
X lui over het algemeen niet ongezonder zün, en bleeker
, en lang zoo sterk niet als de werkman. En wat de sterkte
" betreft, is dat vreemd genoeg, want de grooten kun- ,
nen toch alle dagen hun vleesch krijgen en eiers wat
ze lusten; en neef zeidie, de rijke die altüd lekker volop
i heeft , kent geen honger. Alle lusten hebben hun las- 1
_, ten, en alle lasten hun lusten, want God is rechtvaar-
dig, al schünt het zoo niet. Het liedje zegt:
­
l

i
jl ll
w . r