HomeBrief aan alle Nederlandsche Werklieden, leden en geen leden van de InternationalePagina 20

JPEG (Deze pagina), 556.55 KB

TIFF (Deze pagina), 5.16 MB

PDF (Volledig document), 15.97 MB

Fl
ä 18
i laadje, en als jelui dan aan ‘t vechten bent en in de
i konkels raken, dan pakt hij zijn biezen naar Noord- of
i ‘ Zuid-Amerika, en jelui -­­ je wordt in de doos gestopt.
Heb je ’t niet gelezen? Nee, in de doos niet alleen,
A je wordt als krengen in de kalk verbrand, levendig, net
als een slak die je zout op z’n bast doet. Maar~­dat is i
, de gerechtigheid. Ja zoo waarachtig als God leeft jon-
gens , ik zeg met de volle overtuiging: dat is de ge- `
, rechtigheid. Als ik er niet zoo goed over geprakke-
II zeerd had, dan zou ik zeggen: ik weet het niet, maar
nou begrüp ik er alles van:
God heeft groot en klein verordineerd in de wereld:
daar heb je een vlooi en een olifant, niewaar? een i
keisteentje en een hooge berg, een grasscheutje en een
eik in ‘t bosch. Notabeenel Maatjes­egaal in de we-
,, reldl Jans en ik en zelfs van Vlot, toen ie goed
nuchter was , we hebben weer geschaterd van ’t lachen:
dan moesten de vrouwen ook maar een broek aantrek-
ti ken, en de kinderen hun vader en moeder de les le- ·
‘ zen. Nee van Vlot, zei ik, God heeft kleine sterren
en groote zonnen gemaakt, en zoo denk ik dat HQ ’t __
· met de menschen ook gewild heeft. Neem éen stand s
uit de wereld weg -­ ik meen van wat goed of noodig l
Q is-en de heele boel leit op z’n . . . Als de opstekers
van ’t gas ’s winters bü donkeren avond hun werk niet
deden, dan ging jü en ik bij Janssens op den hoek, met
een fortuintje ’t water in; en ­­ als ze commun waren,
dan verdikten ze ’t zeker om voor jan en alleman ’t I
ll
il
ii ¤*
ii · i