HomeBrief aan alle Nederlandsche Werklieden, leden en geen leden van de InternationalePagina 13

JPEG (Deze pagina), 509.35 KB

TIFF (Deze pagina), 5.13 MB

PDF (Volledig document), 15.97 MB

l
e
ll
‘ materiaal gelijk te verdeelen. Jawel elk voor zich kon
` dan zijn portie meenemen om naar goedvinden op een
óok eerlük gedeeld stuk grond, zijn huisje te kunnen
zetten.
5 Maar zie je jongens, toen ik daar goed over prakke­
{ zeerde, toen begon het me te draaien voor de oogen.
‘ Wie drommel, zou eerst de stad afbrelscn? Verbranden
‘ was nog zonde, want wat weg is is weg. -- De voor-
name lui? Och goeie hemel, als ze een halven dag
aan ’t steenbikken waren geweest, büvoorbeeld de graaf
van .... (weer geen naam zei meester) afijn dan lee
ie voor mirakel; daar zit geen pit in die vingers.
En ik zelf? Als ik mijn portie beet had, wat deed
ik er mee? Metselen is mijn vak, jawel, maar al zat
jj ik op water en brood, om een huis te bouwen, zoo’n
§ beetje behoorlük, ik zou er geen kans toe zien.
Maar , zei Jans toen , al kon jü als metselaar, net zoo
wel als Hein van ’t fabriek van Enthoven , en de baron
van .... Die en Die, en de grutter naast ons hofje, en
Hannes de diender en allemaal die nooit gemetseld of
gezaagd hebben, je eigen huis bouwen, wat moesten
dan de zieke weduwvrouwen beginnen?
Ben je gek Jans , zei ik, dat verdeelen en zelf op-
bouwen da’s onmogelijk , da’s larie.
Ik moest er om lachen en Jans begon ook te lachen,
zoodat kleine Anneke losliet. Toen lachten we allebei
dat we schudden. Denkt eens jongens, hoe de molenaars en '
de ministers en de slagters en de boekverkoopers en de
1 .
l