HomeBrief aan alle Nederlandsche Werklieden, leden en geen leden van de InternationalePagina 12

JPEG (Deze pagina), 521.98 KB

TIFF (Deze pagina), 5.13 MB

PDF (Volledig document), 15.97 MB

jv
I.
_ 10
tegen Jans toen ik weer thuis kwam - ’t was zondag. ·
Ik niet, zei Jans, vooral van daag niet, want dan I
lj, staan de meesten niet vast op hun beenen.
t De meesten dat was onredelijk. Nu moet ik zeggen F
dat Jans alleen op dat punt onredelijk is. Maar ik dank
‘ er God voor, want als Jans het niet geweest was, wie I
weet of ik toch niet van tijd tot tüd bü Nol op den ~
’ hoek er eentje zou gepakt hebben. Eens is geens zegt =
ik het spreekwoord, en zoo kom je op een kouwen avond
tot tiemnaal eens is tienmzml geens; en dan hebje veertig
` centen aan de broek en je kijkt als een vüfeents pekel­
haring of een schar zonder kop.
·· Maar jongens , nou moet ik je zeggen, dat ik al een
Q maand aan het denken ben geweest over dien beroerden
gl van Vlot of eigenlijk over die Internationale. Ik zei
tegen Jans: Ja maar als we nu toch waarachtig door
Q dat lid worden in het huis van v. B ..... konden
l komen (meester zei dat ik den naam hier weg moest
l laten) nou, in dat mooie groote huis met al die meubels
j en gordijnen, me dunkt .....
Me dunkt, zei Jans, dat je je verstand moest gebrui-
·t ken. Van Vlot zei dat ze AL de huizen zouden afbreken,
en dus kwam jh dan tóch niet in het groote huis van
v. B .....
Daar had ze gelijk in, en ja, als we allemaalprecies
gelük zouden worden, dan moest eigenlijk ­- na dat
lolletje in de Maliebaan - de heele stad voor den grond
worden gesmeten, om ook de steenen en het hout-
¢ 1 ‘
t