HomeChristendom en dogmaPagina 8

JPEG (Deze pagina), 769.56 KB

TIFF (Deze pagina), 7.01 MB

PDF (Volledig document), 36.76 MB

s
6
toch eigenlijk op aan, want zedenleer en godsdienst is
levenswijsheid) practisch zal hij het volkomen met mij
eens zijn. Leert de katholieke theologie dan niet, dat ook
de Protestant tot de ,,Ziel" der Kerk behoort ,,een Kind
Gods" is, als hij maar volgens zijn geweten leeft?
Wat is dan dat geweten?
Geven wij het woord aan de katholieke theologie. ,
Het geweten wordt in twee verschillende beteekenissen
opgevat, in meer algemeenen en in meer bijzonderen zin:
10. In meer algemeenezz zin. is het de ondoodbare stem j
Gods in ons gemoed, die ons de algemeene, steeds geldende F
i wetten van God verkondigt; wetten, die noch aan tijd noch
aan plaats gebonden, gericht zijn tot den mensch als zoo-
j danig.*) De katholieke theologie vertaalt geweten in alge-
meenen zin door synderesis. De synderesis is niet een =
gevolgtrekking van redeneering, maar de som van de j
algemeenste beginselen der zedenleer, die zonder overleg l
der rede door intuïte worden gekend. (St. Thomas, Summa
Theol. 1, q. 79, 12, 0; 12 de. q. 94, 1 ad. 2; 22 de. q, 47, t
· 6, ad. 1 et ad. 3.) Die kennis is verbonden met een actieven j
drang, naar die algemeenste beginselen der moraliteit te leven. j
(S. Th. 1, 9, 79, 12, O.) l
*) Ik gebruik het woord wetten, omdat wij er nog aan gewoon i
s zijn, op gebied van zedelijkheid en godsdienst van wetten te spreken. 1
liigenlijk is die uitdrukking niet juist. Wat de mensch als mcrzsclz te V
= doen heeft, zedelijk zijn, godsdienstig zijn, is niet het onderhouden
van wetten. Wie een wet of een voorschrift naleeft, kan met zich ·
zelf tevreden zijn, hij heeft zijn plicht tegenover wet of voorschrift `
vervuld. Maar de mensch als mensch moet steeds hooger, steeds F
‘ hooger streven naar een ideaal. Dat ideaal is God zelf, werkend in ;
ons gemoed. Het verbindingspunt tusschen den allesbezielcnden God i
en het menschelijk individu is het geweten, de synderesis. Dààr 3
kent de mensch geen individualisme, geen egoïsme, daar gaat hij op
in het goddelijke, daar mint hij God en al schepselen Gods. Het j
frissche in _]ezus’ godsdienst bestaat juist daarin, dat jezus den
religieusen inhoud der oude voorschriften van haar ritueel omhulsel è
ontdeed en er zoo een ideaal van maakte. Zóó versta ik Matth. V. j
l
l
».