HomeChristendom en dogmaPagina 38

JPEG (Deze pagina), 797.74 KB

TIFF (Deze pagina), 6.96 MB

PDF (Volledig document), 36.76 MB

ll ‘
l
as i

de bedoelingen van jezus, waar de geschiedenis alléén
spreekt, waar het geweten zwijgt. Steeds sta ik, geschied-
kundig gesproken, voor de martelende vraag: ls dat nu
koude objectiviteit of warme, maar onjuiste liefdetaal en
hopetaal van een geschiedschrijver of copist? Wie daarom
zijn godsdienst bij jezus wil reinigen en versterken,late zijn
geweten oordeelen over jezus’ streven. Het geweten zal
dan, als het een geëerbiedigd geweten is, bij alle verschei-
i, denheid van geschiedkundige opvattingen waarover het
zwijgt, één levensleer verkondigen, één essentie van zedenleer
j en godsdienst, één Christendom. Hoe meer de Christenen
j dàt begrijpen, des te meer zal jezus’ bede vervuld worden:
j, Dat ze één zijn, geheel één!
Treffend is het dikwijls, die gewetenseenheid te zien bij
fi theologen, die geschiedkundig oneindig ver van elkander
1 staan. Zij toont zich dan wel nog niet als de helder
jj. machtige middagzon, maar toch als het hoopvol morgenrood
,‘¤ van een schoonen dag.
ä, Een voorbeeld. P. Höveler, R. K. Pr. en Rector in Köln-
Melaten heeft onlangs een zeer interessante brochure
geschreven, getiteld: ,,Proffessor A. Harnack und die
Katholische Ascese" Höveler betoogt, dat Harnack juist
hetzelfde begrip van Christelijke volmaaktheid heeft als de
jj Katholiek, en dat hij dus de katholieke opvatting der
volmaaktheid alleen bestreden heeft, omdat hij haar wezen-
ij lijken inhoud niet begreep. ,,/olgens de katholieke leer"
ii zegt Höveler, ,,is volmaaktheid niets anders dan liefde. De
liefde is voor haar, zooals ook Harnack uit het Evangelie
leest, een ja het religieus beginsel. Ascese is in de opvatting
der katholieke Kerk strijd en zelfverloochening, juist zooals
Harnack de taak der Christenen naar het Evangelie beoordeelt:
strijd tegen den Mammon, de Zorg en de Zelfzucht met
gj het doel de liefde te versterken om de heerschappij van
het kwaad (de zonde en de hartstochten) te vernietigen en
de heerschappij des H. Geestes in de harten te bevestigen?
(bl. 23 en 24).
ll
ll
i