HomeChristendom en dogmaPagina 23

JPEG (Deze pagina), 755.14 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 36.76 MB

I
21
vormen (het Protestantisme van het Katholicisme) be-
houden kon uit aesthetische en paedagogische beweeg-
I gronden, was een vraag van ondergeschikt belang."*)
I ja, een vraag van onderschikt belang. Het Christendom,
j de Christelijkheid, het Rijk Gods leeft in onze harten, in
ons geweten. Dogma’s, sacramenten en andere dogmatische
j plechtigheden kunnen daarom niet onmiddelijk zedelijke
j of religieuse waarde aan den mensch geven. Maar ze
j kunnen toch stichtende en opvoedende kracht hebben. Een
; dogma kan toch een ladder zijn, waarlangs een mensch
j iets hooger naar het ideaal van jezus kan opstijgen. Een
j dogmatische vorm des Christendoms heeft dus daar recht
ï van bestaan, waar hij, wegens den subjectieven aanleg van
I een volk of individu een ontwikkeling naar het reine
j Christendom bevordert. Die ontwikkeling zal des te sneller
j vooruitgaan, naarmate de bedienaars van het dogmatisch
geloof méér nadruk leggen op den religieusen inhoud der
dogma’s en minder op de onderwerping aan een gefor-
muleerde belijdenis.
Petrus deed op de heidenen de besnijdenis toepassen,
om te voorkomen, dat bekeerde joden, die uit een historisch
I geworden zinnelijk vooroordeel de besnijdenis tot het wezen
j der religie rekenden, het Christendom den rug keerden. Zelfs
een vurig karakter als Paulus heeft dat bij zijn leerling
Timotheus gedaan. Toch wisten Petrus en Paulus zeer
goed, dat een onbesneden Christen een waar Christen kan
f _zijn. Laten ook wij, waar het noodig is, de orthodoxe
j Christenen hun sacramenten en dogma’s behouden; laten
·ï wij de Katholieken hun Paus, als ze niet Christen kunnen
j zijn, zonder Katholiek te wezen. Als wij maar onthouden,
dat men goed, ja beter, idealer Christen kan zijn zonder
Sacramenten en zonder Paus.**)
*) Wesen des Christentums. blz. 184.
j **) Maar is deze brochure dan wel opportuun? Zal ze niet het
dogma ontnemen aan hen, die het nog noodig hebben? - lk meen,
j dat diegenen, voor wie dogmatiek nog nuttig is, d. i. diegenen, die
S?
I
I
I