HomeChristendom en dogmaPagina 12

JPEG (Deze pagina), 785.98 KB

TIFF (Deze pagina), 7.06 MB

PDF (Volledig document), 36.76 MB

10
l
l voorgesteld als geldend voor alle menschen en alle tijden.
l Geldend voor de toekomst: wie zijn woorden onderhoudt
is een man gelijk, die zijn huis op vasten grond gebouwd
4 heeft. Geldend voor het verleden: omdat de schriftgeleerden
? anders anderwezen dan Hij, worden zij ten strengte berispt.
j Of jezus’ leer de ware zedenleer is, moet dus het ge-
weten uitmaken. Nu is het wel ontegenzeggelijk waar, dat e
j ieders geweten, ieders beter Ik niet even luide spreekt.
L Helaas, de stem des gewetens kan door miskenning of
j opzettelijk smoren somtijds tot zwijgen worden gebracht,
en de menschen, die zoodoende niet meer ontvankelijk zijn
t; voor zedelijke grootheid, kunnen jezus’ leer niet begrijpen;
l zij kunnen het ideaahnenschelijke van jezus niet meer '
B`; gevoelen, omdat ze in hun diepste menschelijkheid zijn
bedorven. Maar, wie zijn zedelijk voelvermogen nog on-
, gerept heeft bewaard, ziet noodzakelijk, dat Christelijkheid
zedelijkheid is in hoogste uiting. Voor dezulken behoeft
men de waarheid, de goddelijkheid van jezus’ zedenleer
. niet te ,,bewijzen". Zij draagt voor den zedelijk gezonden
· mensch haar bewijs in zich zelve. Christus mocht het
daarom zeggen`met betrekking tot zijne moraal: ,,Als iemand
er naar streeft, den wil Gods te volbrengen, zal hij inzien,
of mijne leer van God is. (joh. 7, 17.)
Vóór ieder Christendom bestond het geweten en ver-
. kondigde dezelfde zedenleer als jezus. Onze Zaligmaker
heeft vleesch en bloed gegeven aan de moraal, die het
" geweten predikte reeds bij de wieg der menschheid. En
daarom, het zij nog eens gezegd, wie volgens geweten
leeft, moet overtuigd worden van de waarheid van jezus’
moraal, ook zonder bewijzen, zonder wonderen, zonder
kerkelijk leergezag. Hij moet inzien, datjezus slechts kleuren
gaf aan een schets, die reeds geteekend was in de innigste
innigheid zijner ziel. Hij moet begrijpen, dat Christus uit-
spraken deed, die reeds lang leefden in ieder geëerbiedigd
geweten, maar waarvoor het gemoed nog geen duidelijk-
krachtige uiting vond,