HomeWat is het begin geweest, hoe was de voortgang, wat zal het einde zijn?Pagina 65

JPEG (Deze pagina), 876.74 KB

TIFF (Deze pagina), 8.40 MB

PDF (Volledig document), 60.42 MB

? ?
i
50
In kleinere werken over de geschiedenis der sterrekunde, zooals van l
Mänrmn, B. Wow, Gmnvtr enz. zoekt men er te vergeefs naar. 1
(13) BQ de wals is, in de verschillende kringen, de synodische omloop
in den epicykel constant, bQ de epicykels, de siderale. De ouden beschouwden
. de beweging in den epicykel ook van conjunetie tot conjunctie, dus synodiscb,
en de gelQkheid, door ons vermeld, luidde dus bij hen aldus: de omloops- E
tQden in de epicykels zQn, voor elke planeet, gelQk aan den synodischen
0H1l0OpStQ<Zl. onze wQze om de siderale omloopstQden te beSChOL1WCU, 1
valt het treffende der overeenkomst meer in het oog.
(14) BQ Mercurius en Venus waren ook reeds in hetstelselvanP1·oL1a­ V
MAEUs de rollen van deferent en epicykel omgekeerd, maar de absolute
gelijkheid der deferenten met de zonsbaan werd door hem niet uitgesproken.
(15) Crcïsno, in zQn Somxzizrm Sczpiozzis schQnt bQ het opnoemen der .
planeten het ook te bedoelen, hij zegt namelQk: hunc (solem) ut comitcs 1
sequuntur Veneris alter, alter Mercurii cursus.
(16) Het in acht nemen der excentriciteiten maakte de zaak vrij wat
ingewikkelder. Die der zonsbaan werd in acht genomen door aan de
aarde eene plaats buiten het middelpunt dier baan aan te wQzen; de
excentriciteit werd bepaald door de verschillende lengten der vier jaar-
getQden, in de vooronderstelling dat de zon zich in werkelQkheid eeazparig
in hare baan bewoog; daardoor verkreeg men eene excentriciteit, die
tweemaal te groot was. Hoe nu de daarmede overeenkomstige excentrici-
teiten van de deferenten der verschillende planeten gevonden werden, kan
men in het Almagcsmmz van Prormnusus, Boek IX-XII vinden; het is
begrQpelQk, dat de onjuiste hypothese van eenparige beweging van het ,è
middelpunt van den epicykel in een cirkel, de oorzaak moest zijn, dat de
uitkomsten evenzoo onjuist waren. Prorminrus verhielp dit gebrek nu
weer door voor elke loopbaan het pzmczfum aequm-ze aan te nemen, uit
welk punt de angulaire beweging gelQkvormig toeschcen.
(17) De çbazuuïmç of ZCL7’LCZ7'c’7iZ‘@lZ7.72g. In dit werkje, aan den koning
Gmioiv van Sicilië gericht, wil Aiacmixmnns bewQzen dat het onjuist is, te r
zeggen, dat het aantal zandkorrels, zelfs dat, waaruit de geheele aarde
bestaat, oneindig groot is. neemt zelfs aan uit te rekenen hoeveel
zandkorrels er niet alleen in een bol zouden zQn, zoo groot als de geheele ’
` aarde, maar zelfs in een bol, zoo groot als de geheele wereld; waaronder
dan ,,door de meeste sterrekundigen" verstaan wordt de bol, in wier
middelpunt de aarde, en in wier oppervlakte de zon staat, maar waaronder
Y