HomeWat is het begin geweest, hoe was de voortgang, wat zal het einde zijn?Pagina 63

JPEG (Deze pagina), 914.64 KB

TIFF (Deze pagina), 8.40 MB

PDF (Volledig document), 60.42 MB

1
57
vierde sfeer = t stelt, en als de periode van een hoek 0 gelgk is aan den
synodischen omloopstgd der planeet, zg alsdan eene lemniscata-achtige
sferische lgn OO beschrgft, door Eunoxus Zrmwréöv; genoemd, WaaI‘V€tH
de vergelgkingen zgn:
i x : sin i cos 9 ,
( y : ­-­ sinïèi sin 29; c
l
Er is dus in de richting der as van sc, den equator der te sfeer, eene
heen- en weerbeweging in de periode van den synodischen omloop, terwijl
t in de richting loodrecht daarop de periode half zoo -groot is.
j Hoe vernuftig dus het door Eunoxus bedachte hulpmiddel moge zgn, in
4 twee opzichten faalt de beweging der planeet naar de Be en 4G sfeer: 1° in wer-
kelijkheid duurt de teruggang altijd minder dan de halve synodische omloop,
2° eene beweging in breedte in den halven synodisehen omloopstgd bestaat niet.
CALL1PPUs, een leerling van PoLEMAm:Hus, een vriend van Eunoxus, wilde
de gebreken van het sferenstelsel verbeteren. Over die verbetering is
geen geschrift van CALLIPPUS zelf tot ons overgekomen, wg kennen er slechts t
eenige bijzonderheden van uit Amsrorrmas en, door de tweede hand, uit
een geschrift van Eunmms.
GALLIPPUS bracht geene veranderingen in de sferen van Saturnus en van
I Jupiter, daar deze hem voorkwamen voldoende te zgn. Aan Mars, Venus
1 en Mercurius gaf hg nog eene sfeer meer dan Eunoxrs, maar omtrent
j de wgze hoe, bestaat onzekerheid. Aan de zon en aan de maan voegde
l hg nog twee sferen toe, hoogstwaarschgnlgk op dezelfde wgze ingericht
t als de derde en vierde sfeer, die Eunoxus voor iedere planeet gebruikte
b om de teruggangen voor te stellen; doch thans ten behoeve der equatio
à centri. Het totaal aantal sferen bracht hg dus op 33, zeven meer dan
E het bg Eunoxus bedroeg.
i Elke planeet had nu haar eigen sferenstelsel; maar Amsrorizmas, wiens t
gronddenkbeeld over de beweging der planeten was, dat de bewegende S
. kracht aan de sfeer der vaste sterren, de buitenste van allen gezocht Z
g moest worden, verbond nu die verschillende sferenstelsels met elkander door Q
tusschen elk opvolgend paar drie sferen te voegen. Noem b. v. deásferen _
i van Saturnus, van buiten naar binnen geteld, A, B, C en D, dan voegde {
hg drie sferen D', C' en B' tusschen deze en de sferen van Jupiter. D' had
dezelfde polen als D, maar eene tegengestelde, even sterke on1wentelingsbe­
weging en diende dus om de werking van laatstgenoemde sfeer te vernietigen;
C' had hare polen op D', tegenover die van G, en hare beweging was
weder even snel, maar tegengesteld aan die van C, zoodat hierdoor de
beweging van C. vernietigd werd. Eindelgk had B' hare polen in C',
tegenover die van B, en vernietigde dus evenzoo de beweging van B, zoodat ä
er nu onrniddellgk aan aansloot de buitenste sfeer van Jupiter, waarvan
ä