HomeWat is het begin geweest, hoe was de voortgang, wat zal het einde zijn?Pagina 62

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 8.40 MB

PDF (Volledig document), 60.42 MB

Q ‘ {Tft
itt

l
i 56
F nl Bij het eerste ontwerp, van ANAXIMANDER en PLAT0, werden de assen der sferen
t als in elkander passende buizen gedacht; aldus kon wel eene ongelüke snelheid
der omwentelingen, maar konden niet de teruggangen verklaard worden,
l A j evenmin dat zon, maan, en vgf planeten, of, zoo als men zeide, de zeven
planeten, zich dan eens noordelgker, dan eens zuidelüker vertoonden.
Het aantal der sferen moest hiertoe uitgebreid worden; Eunoxus bracht
" haar aantal op 26, 3 voor de zon, 3 voor de maan en 20 voor de vgf (
j planeten, (dus voor elke planeet vier,) waarbü dan die der vaste sterren X
kwam. De assen der opvolgende sferen voor elke planeet vielen nu niet
' samen, maar elke sfeer droeg de as der volgende, zonder dat die as met
ll lt; hare eigene samenviel. ‘
Voor elke planeet had de as der buitenste sfeer de richting der as van
den hemel; haar omwentelingstgd was een sterredag; zg verschafte de
i_ dagelijksche beweging. De richting der wenteling was dus, zoo als men
hèt I10€l'1’1t2 tw"?/lggtlüüd.
De tweede sfeer, binnenwaarts, had hare as gericht naar de pool der
i ekliptika. Voor de maan was haar omwentelingstgd 18,6 jaar, de richting
der wenteling even als die der eerste sfeer. Zg diende dus bg de maan
if V om den teruggang der knoopenlijn voor te stellen.
' Bij de maan wentelde de derde sfeer om de as der maansloopbaan, I
:__ in eene siderale maand om; de richting der beweging was rechtloopeml,
ft .; ` . . I
j lg Alle onregelmatigheden in den maansloop werden dus verwaarloosd of l
waren Eunoxus onbekend.
ij Voor de zon waren de sferen even als voor de maan; misleid door j
Q`, onnauwkeurige waarnemingen geloofde Eunoxus namelijk aan eene afwis- l
seling van noordelgke en zuidelijke breedten bg de zon. L
Voor de vgf planeten werd die teruggang van knoopen, of werden die à
afwisselende noordelijke en zuidelijke breedten niet voorgesteld; de tweede
jj sfeer wentelde namelgk, rechtloopend, om in den sideralen omloopstijd l
{ lj der planeet. Zg verschafte dus de middelbare beweging in lengte.
` Eunoxus, onbekend met de onregelmatigheid dier middelbare beweging,
_ gebruikte nu de derde en vierde sfeer te samen, om den teruggang der j
planeten tgdens de oppositie voor te stellen. De derde sfeer had namelgk
ri’_ k lv hare polen in den equator der tweede sfeer, en een omwentelingstgd gelgk i
gj aan den synodischen der planeet; de vierde sfeer had hare polen, dicht
r bij de polen der derde sfeer en op hare oppervlakte, en een even grooten
ii j omwentelingstgd, maar de richting der wenteling was tegengesteld aan die
.p der derde sfeer. Op den equator dezer vierde sfeer bevond zich de planeet.
i De richting der omwenteling der derde sfeer kan naar willekeur aan-
j g€1’101'I1€l1 VVOI'Cl€D, IDltS d€I‘ vierde Sl€Cl1tS 3.311 l13.3.I` t€g€l1g@St€lCl W3.1‘€,
jj Gaat men de beweging der planeet, onder deze omstandigheden na,
il dan vindt men dat, als men den afstand van de polen der derde en der
l l
F il ,. `
i ti ·

lr