HomeWat is het begin geweest, hoe was de voortgang, wat zal het einde zijn?Pagina 10

JPEG (Deze pagina), 884.49 KB

TIFF (Deze pagina), 8.47 MB

PDF (Volledig document), 60.42 MB

c ^ " ‘ ’ ~ i gw-, _ -,,0;
`
i 4
niet ongegrond, dat deze tegenspraak daarin moet gezocht
worden, dat de ouden, met de straalbreking en het licht
E terugkaatsend vermogen der luchtdeeltjes onbekend, er
è niet geheel van bewust waren, dat de dageraad zgnen
J, oorsprong had in de stralen der nog niet opgekomen
zon, even als de avondschemering in die der reeds onder- _
gegane zon.
Overigens valt op te merken dat, reeds op den eersten
dag, van de aarde als reeds bestaande gesproken wordt,
j zg was n.l. woest en ledig; den tweeden _dag, dit schgnt
de bedoeling te zgn, kwam er onderscheid tusschen het
water op de oppervlakte en de waterdragende wolken in
den dampkring, en den derden dag afscheiding tusschen
j de zee en het vaste land.
j En dit alles terwgl eerst op den vierden dag de zon
i geschapen werd. ·
Wij zien ten duidelgkste dat dit scheppingsverhaal uit
de pen van een schrgver gevloeid is, voor wien de aarde
het voornaamste hemellichaam was, en zon, en maan en
j sterren, bgkoniende lichamen waren. Het moest ook ver­
j scheidene eeuwen duren, eer hieromtrent andere inzichten
begonnen te heerschen.
Onze, nog kortelings door talrgke vereerders ten grave
gebrachte TEN Kun trachtte in zgn meesterstuk om scnmrrnve
overeenstemming te brengen tusschen de schildering in `
het boek Genesis en de uitkomsten der geologische en
i vooral paleontologische nasporingen van onzen tgd. De _,‘
zes dagen of tijdvakken, waarin volgens het dichterlgk
verhaal, de schepping volbracht werd, en de zevende dag,
die der ruste, gaven onzen zanger de stof voor even zoo ·
vele schitterende tafereelen.
Maar aan zgn werk, hoewel een juweel onzer Neder-
landsche poëzie, waaraan ik alle hulde doe en waarvan
l
i