HomeDe ontwikkeling der denkbeelden op sociaal gebied (1898-1923)Pagina 7

JPEG (Deze pagina), 834.83 KB

TIFF (Deze pagina), 7.73 MB

PDF (Volledig document), 30.62 MB

t
i
; · DE oNTw11<1<E1.1NO O. DENKBEELDEN OP soc. oeeieix 5
tijdperk onzer vaderlandsche geschiedenis het volle licht vallen S
niet op wat de burgerij verdeeld houdt, maar op wat haar
j vereenigt.
· Toenemende organisatie kenmerkt het economische leven. -
j Sociale politiek moet blijven binnen de grenzen van wat econo-
t misoh mogelijk is; het sociale leven is een onderdeel van het .
¤ economische leven, vandaar, dat h·et noodzakelijk is eerst in
i groote trekken den economischen grondslag aan te geven, 1
j waarop de maatschappij is opgebouwd, waarin de ontwikkeling
{ der sociale denkbeelden zal worden geschetst.
De ontwikkeling van het economisch-e leven in de jongste 25
jaar kan in twee woorden worden gekarakteriseerd: toenemende
organisatie. Herbert Spencer heeft het kenmerk van de ontwik-
keling der moderne maatschappij gezocht in het steeds ingew.ik-
kelder worden van het leven. V-oor zoover die karakteriseering
ook van het economische leven mag gelden, moet daaraan
worden toegevoegd, dat naarmate de economische structuur der
j maatschappij zich verbreedt en verbrokkelt, een krachtig streven
in de tegenovergestelde richting merkbaar wordt, om vormen
van verschillenden aard te organiseeren tot een hoogere eenheid.
Voor dat streven op economisch gebied is de naamlooze ven-
nootschap de meest karakteristieke vorm. Het aantal naamlooze
j vennootschappen is van omstreeks 1898 tot omstreeks 1918
gestegen van 2300 tot ruim 13000 en het gestorte kapitaal van
die vennootschappen klom in hetzelfde tijdperk van 800
millioen gulden tot ruim 3 milliard gulden. Omstreeks 1898
‘ werden per jaar 300 nieuwe naamlooze vennoo·tschappen opge-
T richt. In 1920 was dat getal gestegen tot 1429.
j Wonderlijk is de constructie van de naamlooze vennootschap
en typeerend voor den tegenwoordigen tijd. Theoretisch lijkt zij
de verpersoonlijking van de democratische gedachte: grondslag
vormt de samenwerking van zeer velen voor een gemeenschap-
i pelijk doel; de hoogste mac·ht is in handen van de algemeene
vergadering, die de directeuren benoemt; de wet verbiedt uit-
drukkelijk, da·t de bezitters van een groot aantal aandeelen in
die algemeene vergadering de kleine aandeelhouders overstem-
men. In de practijk geeft daarentegen de naamloo-ze vennoot-