HomeDe ontwikkeling der denkbeelden op sociaal gebied (1898-1923)Pagina 30

JPEG (Deze pagina), 900.59 KB

TIFF (Deze pagina), 7.83 MB

PDF (Volledig document), 30.62 MB

l l
28 oe oeeouw
j afkeer tegen ver gaande staatsbemoeiing, dat men zelfs de ver-
‘ vulling van tal van diensten, die altijd als een gewichtig onder- r
° deel van de staatstaak werden beschouwd, aan particuliere cor-
poraties begint over te laten. In handelskringen geeft men aan
arbitrage door deskundige en spoed:ig uitspraak gevende scheids-
lieden de voorkeur boven de vonnissen van de onpartijdige, doch
langzaam werkende rechterlijke macht. De zorg voor de veilig- ’
i heid van personen en goederen en zelfs de handhaving van de
inwendige rust vertrouwt men niet meer uitsluitend toe aan
politie en leger, maar men organiseert daarvoor particuliere
ï nachtveiligheidsdiensten en burgerwachten.
1 L Organen van overleg. - Naarmate de organisaties van werk- ;
gevers in aantal en beteekenis toenamen en er in slaagden,
direct en indirect, haar invloed op den gang van zaken
te doen gelden, bleek ook de overheid zich bewu·st, dat zij bij
de maatregelen, die zij beraamde, groot nut kon trekken van . ‘
de adviezen van die organisaties. Die samenwerking van over-
heid en belanghebbenden is vooral in den oorlogs- en crisistijd ë
` opgekomen en zij heeft na dien tijd een groot deel van haar Q
beteekenis behouden.
De regeering heeft dan ook getracht enkele vaste organen te 1
scheppen, waarin dat overleg regelmatig zou worden gepleegd.
Bij de grondwetsherz.iening van 1922 heeft men dergelijke vaste
colleges van advies en bijstand zelfs een plaats gegeven in de
grondwet.
Ik wil de beteekenis van dergelijk overleg toelichten met enkele .
opmerkingen betreffende het college van dien aard, dat zijn ,
werkkring in het bijzonder heeft op sociaal gebied, den in 1919 `
Ff ' ingestelden Hoogen Raad van Arbeid. De tijd gedurende welken
die Raad gewerkt heeft is nog te kort om een definitief oordeel .
uit te spreken, maar toch kan reeds geconstateerd worden, dat r
hij nuttig werk heeft geleverd. De beslissing omtrent·de waarde
van dergelijke instellingen hangt af van het antwoord op de
vragen, of het college een nieuw geluid heeft doen hooren en of t
· zijn adviezen voor verwezenlijking vatbaar bleken te zijn. Op
de beide gebieden, waarop de adviezen van den Raad zich voor`- i
j namelijk bewegen, dat van de arbeidersbescherming en dat van