HomeDe ontwikkeling der denkbeelden op sociaal gebied (1898-1923)Pagina 28

JPEG (Deze pagina), 946.42 KB

TIFF (Deze pagina), 7.73 MB

PDF (Volledig document), 30.62 MB

.‘`.'. .i..~".`¥‘Y52_;;;;;_j`,v=.fp"-; s«.«,=- .­-. »--r .
ll
26 oe OPBOUW
i en in het buitenland misschien nog meer dan in ons land -
‘· heeft opgedaan, de bevestiging heeft geleverd van het ou·d-Hol-
landsch-e spreekwoord, dat de wal het schip keert. lk heb èn bij
de geschiedenis van de arbeidersbescherming èn bij die van de
, sociale verzekering, het volle licht laten vallen op de in de laatste
jaren opkomende denkbeelden, om een deel van de werkzaam-
heden, welke de overheid op zich heeft genomen, onder haar
toezicht over te laten aan de georganiseerde belanghebbenden.
Misschien heb ik naar het oordeel van sommigen op die ver-
l schijnselen zelfs te veel den nadruk gelegd. lk heb echter de
j vaste overtuiging, dat de ontwikkeling ­der sociale denkbeelden j
in de kwarteeuw, die achter ons ligt, in de tweede plaats wordt -
gekarakteriseerd door de geleidelijk veldwinnende overtuiging,
j die op het ein·de van die periode op tal van plaatsen zeer duidelijk _
Q aan den dag komt, dat de tijd voor de overheid is gekomen in ’
S. verschillend opzicht haar werkzaamheden op sociaal en econo-
” misch gebied aan particuliere organen over te laten.
Duidelijk komt die overtuiging te voorschijn ten aanzien van _
den vorm, dien de wetgever heeft gekozen, wanneer het ging °
om de vervulling van diensten, waarbij de overheid een recht ’i
A van medespreken heeft, omdat zij een concessie moet verleenen
of omdat het bedrijf uit zijn aard een monopolie eischt. ln de
ii negentiger jaren was men licht geneigd tot de meening, dat
althans in dergelijke gevallen een overheidsbedrijf onmisbaar
was. ln den laatsten tijd heeft men echter telkenmale, wanneer `
het om beslissingen van dien aard ging - zonder dat daarbij
politieke invloeden een rol hebben gespeeld - den vorm van
een naamlooze vennootschap verkozen en zich ermede tevreden
gesteld, dat de overheidsorganen eenigen invloed op den gang
van zaken kunnen doen gelden. lk denk aan de exploitatie onzer
spoorwegen, aan het ontworpen electriciteitsbedrijf ­ dat de p
Tweede Kamer niet heeft aangedurfd, niet omdat men den vorm, r
waarin dat plan was gegoten, afkeurde, maar omdat men oor-
deelde, dat aan een zoo groot bedrijf geen behoefte bestond
­- aan de fabricatie van buskruit en aan de ontginning van de
petroleumbronnen op Djamb.i.
Het lijkt wel karakteristiek voor de ontwikkeling der sociale
denkbeelden, dat Mr. Nl. W. F. Treub, die in de negentiger
g‘