HomeDe ontwikkeling der denkbeelden op sociaal gebied (1898-1923)Pagina 27

JPEG (Deze pagina), 858.37 KB

TIFF (Deze pagina), 7.69 MB

PDF (Volledig document), 30.62 MB

‘ DE ONTWIKKELING D. DE1v1<BEELDE1¤1 OP soc. oE.B1ED 25
j In hoe sterke mate geleidelijk in all-e kringen der bevolking
I de overtuiging veld won, dat de overheid niet langer afzijdig
= mocht blijven, moge aan een sprekend voorbeeld worden toege-
h licht. Men verbeeldt zich wel eens, dat in dien snellen gang van
, ontwikkeling, één man, Mr. S. van Houten, voet bij stuk zou
hebben gehouden en gedurende 50 jaar op dit gebied dezelfde
j beginselen consequent zou hebben beleden. In zoo sterke mate
1 hebben zich echter de denkbeelden der groote menigte gewijzigd.
jj dat Mr. van Houten, die een halve eeuw geleden gold voor
een radicaal, thans naar denmaatstaf van de publieke opinie
gemeten zoo behoudend is geworden, dat hij een nieuwe partij
m-oest oprichten om zijn denkbeelden in de volksvertegenwoor-
j diging te kunnen doen hooren. Nog in 1893 had Mr. van Houten
geschreven 1), dat de liberale beginselen n.iet toelaten den arbeid
. van meerderjarigen te beperken, onverschillig of zij van het man-
nelijk of vrouwelijk geslacht zijn. De bepalingen omtrent arbeid
i van meerderjarige vrouwen in de wet van 1889 waren, naar zijn
oordeel, met de liberale beginselen strijdig. Maar wat verkondigt
; zijn program bij de verkiezingen van 1922, waaraan hij -- de
, oude voerman, die nog graag met de zweep klapt - deelneemt,
` 1 om op te komen tegen de alle grenzen tebuitengaande bemoei.ing
l van de overheid op sociaal gebied'? Hij wil desnoods zoo ver
l gaan, ook voor mannen wettelijke bepalingen vast te stellen,
Q als in de Arbeidswet van 1911 reeds voor vrouwen en kinderen
E waren neergelegd. Wat de regeering in 1911 nog te radicaal
. achtte, wordt door de meest behoudende partij bij de verkie-
1 zingenvan 1922 in haar vaandel geschreven. ls er een ander
V bewijs noodig om te kunnen constateeren, hoe snel de nieuwe
denkbeelden zich in die 25 jaar van de geesten van alle Neder-
landsche burgers hebben meester gemaakt?
Kan men derhalve vaststellen, dat de ontwikkeling der sociale
a denkbeelden in dat tijdperk in de eerste plaats wordt geken-
merkt, door de steeds meer veldwinnende overtuiging, dat de
« overheid op sociaal gebied een leidende rol heeft te vervullen,
l daarnaast dient er op gewezen te worden, dat de ervaring, welke
men met die staatsbemoeiing - vooral in oorlogs- en crisistijd
- 1) Vragen des Tijds, 1893. Vrijheid en staatsvoogdij, blz. 369.