HomeDe ontwikkeling der denkbeelden op sociaal gebied (1898-1923)Pagina 18

JPEG (Deze pagina), 905.73 KB

TIFF (Deze pagina), 7.74 MB

PDF (Volledig document), 30.62 MB

1
16 DE oiaeouw ä
_ wetgever op zich heeft genomen, is niet langer: misstanden af E
gi te snijden, maar: regeling van den arbeid. Het is practisch ge- jj
sproken niet meer een maximum, wat de wet aangeeft, maar een 1
norm. s
Mag men omtrent de noodzakelijkheid van de hierboven aan-
‘ gegeven uitzonderingen ook van meening verschillen, ieder des-
kundige zal moeten erkennen, dat de wetgever, die zoo ver gaat,
if dat hij door wettelijke bepalingen vrijwel de normen, die in elk
bedrijf zullen gelden, vaststelt, daarnaast de gelegenheid moet
1 geven in verband met bijzondere omstandigheden, die in elk ·
bedrijf kunnen voorkomen en die in sommige bedrijven, die met
den landbouw samenhangen, zelfs regelmatig aan den dag zullen ,
i treden, overwerk toe te staan. Toen de Heer Schaper in 1909
in de Tweede Kamer de wenschelijkheid van een algemeenen
{ wettelijken 10 urendag verdedigde, heeft hij ook toegegeven, dat
li daarop uitzonderingen mogelijk moesten zijn. Wat bij een wet-
telijk maximum van 10 uren wenschelijk is, zal bij een maximum .
van 8 uren natuurlijk onvermijdbaar zijn.
j De wet van- 1919 was ook in dit opzicht een ambtenaarswet
naar het oude model. De wet gaf de norm aan en liet de beslis-
sing betreffende de noodzakelijk geachte uitzonderingen over aan
overheidsorganen: de Kroon, den Minister en diens ambtenaren.
De belanghebbenden, die met de beslissing van die organen
niet tevreden waren, moesten die ontevredenheid door middel .
van hun politieke vertegenwoordigers langs den omweg der mi-
nisterieele verantwoordelijkheid tot uiting brengen. En hoe .
gaarne menig Kamerlid ook van zijn bevoegdheid om vragen te
stellen gebruik maakt, het vragenrecht van een lid van de Staten-
Generaal, althans het vermogen van een Minister om op die
vragen een bevredigend antwoord te geven, is uitteraard beperkt.
Bij de in 1922 .in de Arbeidswet aangebrachte wijzigingen is
echter de mogelijkheid geopend, om, naast de geldende regeling
van normen en overwerk, een proef te nemen met een stelsel,
waarbij aan de organisaties van werkgevers en werknemers een ‘
zekere mate van medezeggenschap wordt toegekend. Deze nieuwe
bepaling maakt de gelegenheid om overwerk te verleenen niet
ruimer. Iedere vergunning, die krachtens dat nieuwe voorschrift
zal worden verleend, zou desnoods op grond van een ruime
zää ·