HomeDe ontwikkeling der denkbeelden op sociaal gebied (1898-1923)Pagina 17

JPEG (Deze pagina), 841.25 KB

TIFF (Deze pagina), 7.61 MB

PDF (Volledig document), 30.62 MB

DE ONTWIKKELING D. DENKBEELDEN OP SOC. GEBIED 15
ë De 1) wetgever, die een te langen arbeidsduur wil tegengaan,
kan daarvoor tweeërlei weg inslaan. Hij kan voor elk bedrijf,
in de eerste plaats natuurlijk voor bijzonder gevaarlijken arbeid,
den meest gewenschten arbeidsduur opsporen en die norm in
een wettelijke regeling vastleggen. Die natuurlijk eenigszins om-
1 slachtige, maar voorzichtige methode werd toegepast door den
wetgever, die het Mijnreglement van 1906, de Steenhouwerswet
A van 1911 en de Stuwadoorswet van 1914 tot stand bracht. Men
kan ec·hter ook een andere, meer radicale methode toepassen
en de norm, die men om allerlei redenen wenschelijk acht, voor
, alle soorten van bedrijven .in een algemeene wet neerleggen en
1 daarnaast de mogelijkheid openen om daarvan in bijzondere om-
standigheden voor bepaalde bedrijven af te wijken. Dat is het
stels-el van de Arbeidswet 1919. Terwijl in artikel 24 van die wet,
volgens de thans geldende redactie, de algemeene normen van
8% uren per dag en 48 uren per week worden vooropgesteld,
wordt daarnaast aan de Kroon, aan den Minister van Arbeid en
aan de Arbeidsinspectie de bevoegdheid gegeven om op ruime
schaal overwerk toe te staan. Dat overwerk kan in bijzondere
omstandigheden voor volwassen arbeiders den arbeidsduur ver-
lengen tot 11 uren per dag en tot 62 uren per week. En in enkele
gevallen, waarin dat onmisbaar schijnt te zijn, kan men zelfs
bij wijze van uitzondering komen tot een 16­urigen en een 18-
urigen arbeidsdag.
1 Door de geschetste zeer snelle ontwikkeling van de wettelijke
_ beperking van den arbeidsduur hebben de wettelijke bepalingen
§§ sinds 1919 een ander karakter gekregen. De zoo snelle toene-
_ ming van de quantiteit heeft ook een verandering in den aard
_ der regeling teweeggebracht. Terwijl de wettelijke bepalingen
vóór 1919 practisch niet verder gaan dan ernstige misstanden _
" afsnijden, doch binnen de w_ettelijke grenzen aan het bedrijf nog
_ een vrij groote speelruimte laten om de normen vast te stellen,
valt in de wet van 1919 het wettelijke maximum practisch overal
" met de in de practijk geldende norm samen. De taak, die de
__ 1) De volgende beschouwingen omtrent de wetgeving zijn voor een
__ belangrijk deel ontleend aan een artikel van den schrijver omtrent ,,De
gaf pgàgikkeling der sociale wetgeving" ·in ,,De Opbouw" van September