HomeDe ontwikkeling der denkbeelden op sociaal gebied (1898-1923)Pagina 15

JPEG (Deze pagina), 860.63 KB

TIFF (Deze pagina), 7.77 MB

PDF (Volledig document), 30.62 MB

_ DE oNTwn<1<EL1No D. DENKBEELDEN oe soc. GEBIED 13
echter de gesch.iedenis van het ingrijpen van den wetgever, ten
einde sociale misstanden tegen te gaan, de meest belangrijke
gegevens. lk zal eerst in groote trekken een schets geven van
verschillende deelen dier wetgeving, voorzoover die deelen voor
de ontwikkeling der sociale denkbeelden karakteristiek zijn.
Eerst daarna zal ik pogen de lijn der ontwikkeling van die ideeën
uit te stippelen. Vooraf moge echter de opmerking worden
gemaakt, dat men verkeerd doet, door -­ zooals veelal pleegt
te gebeuren ­- de wijzigingen in de denkbeelden met betrekking
. tot het sociale vraagstuk, die in den loop der jaren aan den dag
‘ treden, in de eerste plaats toe te schrijven aan politieke invloe-
den: de mislukking van het liberalisme, het veldwinnen van de
overtuigingen levende .in de partijen der rechterzijde of het op-
_ komen van het socialisme ook onder degenen, die zich de grootste
tegenstanders van de socialistische wereldbesc·houwing noemen.
Dat de wetgever zich geroepen achtte op sociaal gebied zoo ver
in te grijpen, moet voor een belangrijk deel worden verklaard uit
` de omstandigheid, dat groote groepen der bevolking, die aanvan-
kelijk van het kiesrecht waren uitgesloten, in den loop der jaren
dat eerste burgerrecht hebben verworven. ln 1870 hadden nog
slechts 12 pct. van de volwassen mannen het kiesrecht. Dat
aantal was in 1900 gestegen tot 49 pct. En sinds 1919 doet 98
pct. der volwassen mannen door middel van het kiesrecht zijn
invloed op de wetgeving gelden.
Terwijl nu, voor wat betreft de regeling van de arbeidsvoor-
waarden en wat daarmede samenhangt, bij collectief overleg de
vertegenwoordigers van eenige duizenden arbeiders plegen te
onderhandelen met de vertegenwoordigers van eenige tientallen
" van ondernemers, brengen diezelfde arbeiders, wanneer het gaat
om de verkiezing van de belangrijkste organen onzer wetgevende
machine eenige duizenden stemmen uit tegenover de tientallen
stemmen hunner werkgevers. Het ligt daarom voor de hand, dat
de arbeiders trachten door middel van de wetgeving, waarop zij
zoo grooten invloed kunnen oefenen, te verkrijgen, wat zij in
het voor hen zooveel moeilijker overleg met hun patroons slechts
langzaam en veelal waarschijnlijk nooit zouden kunnen veroveren.
Aï‘beidersbeschern1ing‘. ~ ln de tachtiger en negentiger jaren