HomeDe ontwikkeling der denkbeelden op sociaal gebied (1898-1923)Pagina 13

JPEG (Deze pagina), 834.47 KB

TIFF (Deze pagina), 7.72 MB

PDF (Volledig document), 30.62 MB

DE ONTWIKKELING D. DENKBEELDEN OP soc. GEBIED 11
Men ziet daaruit in de eerste plaats, dat het aantal collectieve
arbeidsovereenkomsten tot 1919 met groote snelheid is toegeno-
men; dat echter sinds dat jaar een kentering is ingetreden. Gaat
men echter het aantal arbeiders na, die werkten onder de in
collectieve contracten geregelde voorwaarden, dan blijkt die
vermindering slechts betrekkelijk gering te zijn.
Andere cijfers toonen aan, dat terwijl er in 1911 nog ver-
` scihillende bedrijven waren, waarin geen collectieve contracten
werden afgesloten, thans in vrijwel alle bedrijven collectieve
arbeidsovereenkomsten gelden. Kenmerkend is eveneens, dat het
aantal zoogenaamde ,,landelijke contracten" - dat zijn contrac-
ten die zich u.itstr-ekken over arbeiders in het geheele land, die
in een bepaald bedrijf werkzaam zijn - in sterke mate toeneemt.
Bovendien plegen vele werkgevers ook de normen van collec-
tieve contracten op hun personeel toe te passen zonder dat zij
daartoe verplicht zijn en wanneer, ten gevolge van de in den
laatsten tijd in korten tijd wisselende conjunctuur, de werkge-
` vers veelal niet bereid zijn zich door collectieve contracten te
binden, plegen desniettemin de arbeidsvoorwaarden voor het ge-
heele bedrijf collectief - zij het dan ook eenzijdig door de
werkgevers - te worden vastgesteld.
Ook de overheid pleegt in de arbeidsvoorwaarden, die zij voor
haar personeel vaststelt en die zij voor degenen, die indirect
_ voor haar werkzaam zijn, in de voorwaarden van haar bestekken
eischt, rekening te houden met de normen van de collectieve
contracten. Zelfs ziet men het in den laatsten tijd herhaaldelijk
voorkomen, dat de ·ov-erheid aan de in collectief overleg getroffen
regelingen hoogere waarde toekent dan aan de normen, die zij
" zelf, eenzij·dig, heeft vastgesteld.
Het heeft heel wat moeite gekost vóórdat de groote meer-
derheid van de ondernemers en arbeiders voor het instituut der
collectieve arbeidsovereenkomsten was gewonnen. Krachtens zijn
beginselen heeft het N. A. S. zich daar het langst tegen verzet.
Ik geloof, dat de groote beteekenis, welke die contracten in
_ de practijk hebben verkregen, nergens duidelijker mee kan
worden aangetoon­d dan met de volgende motie, die op het con-
gres van het N. A. S. van 1 en 2 April 1918 werd aangenomen:
H-et N. A. S. spreekt als zijn meening uit: