HomeDe ontwikkeling der denkbeelden op sociaal gebied (1898-1923)Pagina 11

JPEG (Deze pagina), 771.19 KB

TIFF (Deze pagina), 7.76 MB

PDF (Volledig document), 30.62 MB

DE ONTWIKKELING D. DENKBEELDEN OP soc. GEBIED 9
het standpunt, waarop zij zich plaatste als volgt _
A. De nijverheid kan zich dan alleen volkomen ontwik-
kelen, als
a. haar de daar·toe onmisbare vrijheid van bewe-
ging wordt gelaten;
b. het beginsel van den vrijen handel wordt ge-
handhaafd, zullende te ver gedreven sociale wet-
geving leiden tot protectionisme;
c. bij het maken van sociale wetten het beginsel
voorzit, dat het part.iculier initiatief moet worden
r gesteund en ontwikkeld en dat ernstig rekening
moet worden gehouden met de financieele draag-
kracht der nijverheid;
B. Door het vasthouden aan genoemde beginselen worden
oo-k de belangen der werklieden ·het meest gebaat.
Wat in ·die omschrijving van standpunt het meest treft -­ en
‘ wat ook door het optreden van de vereeniging in den loop
_ der jaren wordt bevestigd -- is, dat deze vereeniging, die toch
voornamelijk werd opgericht om zich op sociaal gebied te bewe-
gen, door de omstandigheden werd genoopt, in de eerste plaats
·de sociale wetgeving te bestrijden. Het tegengaan van misbrui-
ken, het behartigen van de belangen der sociaal misdeelden,
wordt dan ook eerst in de vierde plaats genoemd; vrijheid van
beweging voor de nijverheid wordt op den voorgrond gesteld.
Zoozeer is de vereeniging zich bewust, dat het haar voornaamste
taak is de sociale wetgeving te bestrijden, dat haar liefde voor ‘
den vrijen handel slechts uit vrees voor te ver gedreven sociale
‘ maatregelen, die met protectie gepaard zouden gaan, schijnt
_ voort te komen. Dat typeert niet zoozeer de vereeniging als wel
den tijd, waarin zij werkte, waarin men alle heil op sociaal
gebied verwachtte van wetgevende maatregelen.
De vereeniging heeft zeer belangrijk en nuttig werk verricht
door voor het particulier in.itiatief het recht op te eischen, mede
te werken op het terrein, dat de sociale wetgeving aanvankelijk
alleen aan de overheid ter ontginning had toevertrouwd.
Typeerend is bovendien, dat de vereeniging nagenoeg nimmer
zelfstandig het initiatief heeft genomen tot het verbeteren van