HomeIk ken u uit uw schrift!Pagina 27

JPEG (Deze pagina), 535.63 KB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 24.80 MB

25
` als n.l. de overige kenmerken dier eigenschap ook in ’t
schrift aanwezig zijn.
,· RegeZ­ei7m'e1z ineen ie dringen zoowel als öevezz- en andere-
Q sckzrgïïziazgerz, duiden bij omeege/mazfzg en slecht schrift, op
j lichtzinnigheid; ’t kenmerkt vluchtige naturen, wien het,
om hun onvast karakter, niet mogelijk is, de tot neerschrij-
i ven bestemde gedachten, zoo lang vast te houden, tot ze
schriftelijk voleindigd zijn.
Is aan ’t eind van den regel de ez`7m%aaZ apzeïïely/E weer-
, Jeugd tot aan den rand van ’t blad, dan wijst dit op voor-
al zichtigheid, wantrouwen.
z ’t Samemre/aken van woorden of lettergrepen in strijd met
_ de spelling, zooals Octobr voor October, vadren voor vade-
j ren, toont aan, dat de schrijver niet om uiterlijkheden geeft.
'° Het geregeld weglaten van letters bewijst echter ook, dat
de schrijver in hooge mate lichtzinnig is en onbekwaam,
om vlug verhoudingen te schatten.
Indien ons het onderzoek van een handschrift, volgens de
voorafgaande regels, nog niet ten volle bevredigt, blijft ons
nog een laatste middel over: de kerzmer/êeïzde ezgeazschrzppeez
der Zezfiers.
1. epezz Zetiezs:
cz, y ¢.~ LZ, G/nz.
2. gesloten Zez‘z‘ers: l
CZ y O- CZ, @27,2.