HomeJeugdopvoedingPagina 8

JPEG (Deze pagina), 498.82 KB

TIFF (Deze pagina), 3.64 MB

PDF (Volledig document), 24.77 MB

[ besloten, dat iedere aanraking met het leven dier
[ samenleving een opvoedende uitwerking vertegen~
, woordigt. ln welke richting die opvoeding voeren zal.
t is zowel afhankelik van de aanleg en vermogens der
, jeugd als van de levensinhoud der Samenleving.
E Dit laatste heeft evenzeer betrekking op de meer
direkte opvoeding, welke wij drieërlei kunnen beschouwen:
5 ten eerste uitgaande van het gezin, van het thuis, ten
1 J twede van de school, van het tijdelik kollektieve
1 leermidden, ten derde van de Ieugd zelf, van de zelf-
J opvoeding der betrokkenen persoonlik of groepsgewijze.
j Er vindt steeds op allerhande manier leugdopvoeding
1 plaats. Er wordt dus altijd de mogelikheid tot ontwikkeling
t aan de jeugd verschaft. Wat ons nu slechts heeft
2 bezig te houden is de vraag, op welke wijze deze
vt ontwikkeling het best kan geschieden. Zou dit niet
it dàn zijn wanneer er ten volle rekening mee werd
u gehouden, dat het leven één is, en de mensheid een
d _ eenheid, en wanneer de richting en het wezen van het
gs ontwikkelingsproses zoveel mogelik aan het Eenheids~
beginsel beantwoorden?
n Daar zijn wij tans nog zeer ver van af. Tans wordt
T het leven van het mensdom en van de afzonderlike mensen
nog geenszins beheerst door het Eenheids-beginsel,
n integendeel nu heerst het beginsel van de gebrokenheid,
je van het verdeeld~zijn, van de gescheidenheid, van het
al vreemd~, zelfs meestal vijandig­tegenover~elkaar~staan.
7