HomeEen tiental redevoeringen van den Duitschen rijkskanselierPagina 98

JPEG (Deze pagina), 635.20 KB

TIFF (Deze pagina), 5.65 MB

PDF (Volledig document), 87.56 MB

[inw? "

ll
bezielt en ze voortdurend nieuwe daden van moed doet vol- diej
‘ { brengen? Wij
J j Of zou een volk, dat aan de wereld zooveel schoons op tot
ll' ' geestelijk gebied heeft geschonken, dat gedurende 44 jaren
ijle de meest vredelievende aller naties is geweest, plotseling {QD,
I M herschapen zijn in Humien en Barbaren? Neen, Mijne Hee- äï
ren, dat zijn verzinsel·s van het slechte geweten van hen, die dm
schuld hebben aan den oorlog en bezorgd zijn voor hun macht S
in eigen land. ZW;
Nu
Duitschlands zonen strijden voor Duitschlands bestaan. Va?
V Mijne Heeren, het nieuwste product van deze zucht om K8
menschen tegen ons op te hitsen, is de bewering, dat wij gj;
ons, na een zegerijk beëinidigden oorlog, op het Ameri-
kaansche vasteland zullen werpen, als eerste provincie daar- VOS
z ginds zouden trachten Canada te veroveren. Dat is hetzelfde '
t fantastische gebazel als de bewering, dat wij streefden naar Sck
M Braziliaansch of ander Zuid-Amerikaanseh gebied. Kalmpjes ge?
leggen wij deze dwaze, kwaadwillige betichtingen naast de WIJ
. ? andere. la'?
Om ons bestaan en onze toekomst gaat deze oorlog en 181
j- omdat ieder onzer dat weet, zijn onze harten en zenuwen 0{L
ti sterk. Voor Duitschland, niet voor een vreemd stuk land kl]
L bloeden en sterven Duitschlands zonen. het
gj De geweldige veranderingen sedert een jaar.
Mijne Heeren, vergun mij met een persoonlijke herinne-
ring te eindigen. Toen ik de laatste maal in het hoofd-
jj jj kwartier was, stond ik met den Keizer op een plaats, waar-
heen ik juist een jaar tevoren Zijne Majesteit had vergezeld.
De Keizer herinnerde zich deze bijzonderheid en sprak met
92
l

’ï;·Vë