HomeEen tiental redevoeringen van den Duitschen rijkskanselierPagina 83

JPEG (Deze pagina), 607.41 KB

TIFF (Deze pagina), 5.56 MB

PDF (Volledig document), 87.56 MB

miCh€" W inrichten. Noch in het Oosten, noch in het Westen, mogen
’ïlaml9‘ onze vijanden van heden beschikken over invalspoorten,.
¤dh€id» j waardoor zij ons reeds van morgen af opnieuw en ernstiger
’9YSCht» 4 dan tot nog toe bedreigen. Het is immers bekend, dat Frank-
ke *1911 Z rijk zijne leeningen aan Rusland slechts onder de uitdruk-
t kelijke voorwaarde heeft gegeven, dat Rusland de vestingen
verdel- ; en spoorwegen in Polen tegen ons zou inrichten. En even-
reke- eens is het bekend, dat Engeland en Frankrijk België be-
jen van schouwden als hun gebied van opmarsch tegen ons.
- Gïïïdä Daartegen moeten wij ons politiek en militair beveiligen _
;r_ooken · en wij moeten ook op economisch terrein de mogelijkheid van
id, dan onze ontwikkeling verzekeren. Wat daarvoor noodig is, moet
len. In l bereikt worden. Ik geloof, dat er niemand in het Duitsche
ahaalde vaderland is, die niet naar dit doel streeft.
ke ver- Welke middelen voor dit doel noodig zijn, daarover moe-
de, die ten wij ons volledige vrijheid van handelen voorbehouden.
zeggen, Zooals ik reeds op 19 Augustus gezegd heb: Wij zijn het
ig zou- niet, die de kleine natiën bedreigen. Niet om vreemde vol-
lerpand ken onder het juk te brengen, voeren wij dezen ons opge-
drongen strijd, maar om ons leven en onze vrijheid te ver-
_ dedigen! Voor Duitschlands regeering is deze strijd geble-
ven, wat hij van af het begin was en zooals hij in al onze
publicaties onveranderd is omschreven: de verdedigingsoor-
log van het Duitsche volk. Deze oorlog mag slechts eindi-
en oor- gen met een vrede, die naar menschelijk inzicht ons zeker-
gen de heid tegen zijn terugkeer biedt. Daarin zijn wij eensgezind:
tie zal dat is onze kracht en dat zal zij blijven.
i hand-
n onze
verbit- ­
worden '
stellen
aten zij , . ‘
iarnaar
va
I
l
l
l