HomeEen tiental redevoeringen van den Duitschen rijkskanselierPagina 82

JPEG (Deze pagina), 662.37 KB

TIFF (Deze pagina), 5.56 MB

PDF (Volledig document), 87.56 MB

$ zal zij het schrikkelijk onheil blootleggen, dat haat, huiehe- i my
larij en` onwetendheid hebben gesticht. Zoolang de vijande­ om
E lijke machthebbers verstrikt zijn in schuld en onwetendheid, I Wa;
, en hun geestestoestand de vijandelijke volken beheerscht, da;
_ ware elk vredesaanbod onzerzijds een dwaasheid, welke den ` yjjk
L oorlog niet verkort maar verlengt. i kg]
i Eerst moeten de maskers ivallen. Nog wordt de verdel- g gn
gj gingsoorlog tegen ons gevoerd. Daarme-de moeten wij reke- _ een
ning houden. Met theorieën, met vredesontboezemingen van sgh
onze zijde komen we niet verder en zeker niet tot een einde. ]
Komen onze vijanden met vredesvoorstellen, welke str_ooken · gm
met de waardigheid en de veiligheid van Duitschland, dan I om
; A zijn wij ten allen tijde bereid er over te onderhandelen. In E bg;
het volle bewustzijn der groote door onze wapenen behaalde vg;
en onwrikbaar gehandhaafde successen, wijzen wij elke ver- `
j antwoordelijkheid af voor het voortduren der ellende, die {gp
i Europa en de wereld vervult. Men zal niet kunnen zeggen, {
dat wij den oorlog ook maar een dag langer onnoodig zou- mg
* den willen verlengen, omdat wij nog dit of dat onderpand ke]
i willen veroveren. dm
j i _ dec
i ver
E · Duitschlands oorlogsdoel. pui
_""""`i"` loi
In mijne vorige redevoeringen heb ik het algemeen oor- ger
logsdoel geschetst. Ik kan niet zeggen, welke waarborgen de he;
Keizerlijke Regeering b.v.‘ in de Belgische quaestie zal da
eischen, welke grondslagen zij noodig zal achten tot hand- I
having dier waarborgen. Doch van één ding moeten onze
_· vijanden wel degelijk overtuigd zijn: hoe langer en verbit- -
terder zij den strijd tegen ons voeren, des te grooter worden ‘
de waarborgen, die voor ons noodig zijn. ,
Willen onze vijanden voor goed en altijd een klove stellen
j tusschen Duitschland en de overige wereld, dan moeten zij .
zich niet verwonderen, dat ook wij onze toekomst daarnaar
äê 78
it
l
‘ l
2 ¥ l
iï~ i
3. l