HomeEen tiental redevoeringen van den Duitschen rijkskanselierPagina 78

JPEG (Deze pagina), 733.83 KB

TIFF (Deze pagina), 5.57 MB

PDF (Volledig document), 87.56 MB

Y
t
en waarschijnlijk de kleine staten zelf ook. Sedert Enge- HG.
_ land voor hen in het krijt treedt, gaat het den kleinen F -r
. staten slecht. (
ll Wij Duitschers, Mijne Heeren, hebben reeds van af den beg
. eersten dag geweten, dat achter deze bescherming der klei- l om
ne staten zich de lust verborg den grooten staat, welks op- ? ver
bloei Engeland reeds zoo lang met nijd en afgunst had ge- t wo«
volgd, voor goed te vernietigen. En dat noemt men dan ver- g me
nietiging van het Pruisisehe rnilitairisme! n i hee
Mijne Heeren, deze Engelsche leuze is door alle Geallieer- j der
den overgenomen. De heer Sasonoff en de heer Viviani en ’ nie
ij thans ook de heer Briand hebben eenstemmig verklaard, dat _ in
zij het zwaard niet in de scheede zouden steken, alvorens i Zu:
ä het Pruisische of het Duitsche militairisme is terneergeveld. j pal
I Daarnaast heeft elke Geallieerde nog zijn bijzondere eischen. i dat
gl ­ De Engelsche Minister van Koloniën wil, dat bij het door- V WO
i zetten van het nationaliteitsbeginsel Elzas aan Frankrijk ten Väë
deel valt, Polen echter teruggegeven wordt aan de- nationa- ED
i§« liteit, waartoe het behoort. De Minister weet zeker niet - P WO
ik wil het terloops even opmerken -­ dat in de Rijkslanden
l van de ongeveer 1.900.000 bewoners meer dan 8*7 percent het HG
t ‘ W Duitsch, envnog geen 11 percent het Fransch als moedertaal i i-
ji spreekt. Of, volgens zijne opvatting, Polen krachtens zijne #
l nationaliteit tot Rusland behoort, is niet volkomen duidelijk. WO
Het zou ook zeer belangwekkend zijn van Engeland eens te lm
vernemen, wat volgens het nationaliteitsbeginsel b.v. van kg
~ Engelsoh-Indië en Egypte worden moet. De heer Briand wil Pa
behalve het herstel van Servië en België in ieder geval ook n St]
Elzas-Lotharingen hebben, de heer Sasonoff heeft tamelijk j dg
duidelijk op Constantinopel gedoeld. A
W Deze oorlogsdoeleinden der vijandelijke regeeringen zijn f do
niet aangepast aan den feitelijken militairen toestand. Ik ` gg
ij zou echter de vijandelijke machthebbers miskennen, wanneer i
ij ik hunne eischen als grootspraak qualificeerde en niet ern- t al
stig opnemen wilde. De toestand is toch zeer duidelijk. i W;
74
El ·
Il. · Y
E FM `
kid l