HomeEen tiental redevoeringen van den Duitschen rijkskanselierPagina 53

JPEG (Deze pagina), 667.96 KB

TIFF (Deze pagina), 5.60 MB

PDF (Volledig document), 87.56 MB

ä
I WOTJGGJ eerst het resultaat dezer besprekingen af te wachten. Sir Ed- .
ëïï Vällward Goschen berichtte dit aan Londen en ontving vandaar
9idiIlgS· een telegrafisch antwoord, waarin Sir Edward Grey woor-
van de delijk het volgende verklaarde:
t gekal-
W voed-, ,,Zoolang er kans bestaat op een rechtstreeksche ge-
nstigen dachtenwisseling tusschen Oostenrijk en Rusland, zou ik
willen afzien van elke and.ere bemoeiing, daar ik geheel
ugustus er mede instem, dat dit het middel is, hetwelk verre bo-
haalde, ven elk ander te verkiezen valt."
izer te- L
~unt te- Sir Edward Grey sloot zich toen dus volkomen aan bij het
Duitsche standpunt en stelde zijn voorstel betreffende een
conferentie uitdrukkelijk in de tweede plaats. Ik heb het
H RuS_ jr echter niet, gelijk Sir Edward Grey, bij den platonischen
--­ wensch laten blijven, dat er een bespreking zou plaats vinden
tusschen Weenen en St. Petersburg, doch ik heb alles ge-
idaan, wat in mijn vermogen was, om bij de Russische en de
Pm€uW 4 Oostenrijksche regeering het denkbeeld ingang te doen vin-
ïumïêïï uden, in een bespreking der beide Kabinetten hunne opvat-
ldwäïd ` ting uiteen te zetten.
ug van Mijne Heeren, ik heb het op deze plaats reeds eenmaal
gezegd, dat wij onze pogingen tot bemiddeling, in het bij-
gelsche ­ zonder ook te Weenen, hebben gedaan in een vorm, die, gelijk
27'sten ik destijds gezegd heb, ,,tot het uiterste ging, van wat met
>ok uit onze verhouding als bondgenooten nog overeen te brengen
retaris was". Daar deze mijn bemiddelingspogingen in het belang
rhoud, van de handhaving van den vrede in Engeland altijd weder E
oorge- in twijfel worden getrokken, wil ik hier aan de hand der
olgens feiten bewijzen, hoe nietig die twijfel is.
eneigd In den avond van 29 Juli kwam hier het volgende bericht
graaf binnen van den Duitschen Gezant te St. Petersburg:
he be-
bevre­ j ,,De heer Sassonow, die mij zooeven bij zich liet ver-
s zijn, zoeken, deelde mij mede, dat het Kabinet te Weenen op _
4 49