HomeEen tiental redevoeringen van den Duitschen rijkskanselierPagina 38

JPEG (Deze pagina), 638.33 KB

TIFF (Deze pagina), 5.99 MB

PDF (Volledig document), 87.56 MB


, heeft hij door een edelmoedige gift er toe bijgedragen om het I
j leed onzer Oost-Pruisen te verzachten.
De bloedschuld der tegenstanders. ·V
1 "`
Mijne Heeren, onze tegenstanders laden een reusachtige T
i bloedschuld op zich, wanneer zij trachten hunne natiën op ,
j een dwaalspoor te brengen omtrent den werkelijken militai-
” g ren toestand. Waar zij hunne nederlagen niet kunnen ont- ,
g kennen, daar dienen hun onze overwinningen, om nieuwen
i W laster tegen ons op te stapelen: wij zouden in het eerste oor- 5
i 5 logsjaar gewonnen hebben, omdat wij reeds lang arglistig
Q i dezen oorlog hadden voorbereid, terwijl zij zelf in onschul· j
dige liefde voor den vrede niet klaar voor den oorlog zouden
zijn geweest. Nu, Mijne Heeren, voor het puntje bij het paal- `
j 1 tje kwam, stond het er anders mede! Ge herin·nert u wel de j
l oorlogszuchtige artikelen, welke de Russische Minister van
J Oorlog in het voorjaar van 1914 in de pers liet opnemen en
‘ waarin hij het volkomen gereed zijn van het Russische leger J
t G voor een oorlog prees. Ge herinnert u de trotsche en dikwijls {
l ' uitdagende taal, waarvan Frankrijk in de laatste jaren zich g
>‘ bediend heeft. Ge weet, dat Frankrijk, zoo vaak het den
t Russischen geldnood bevredigde, bedong, dat steeds ee.n groot fj 4
l deel der leening voor strategische doeleinden zou worden ge--
bruikt. j
Engelands schuld en huichelarij.
En Engeland? Verleden jaar 3 Augustus zeide Sir Edward
T Grey in het Engelsche Parlement:
,,Wij met onze machtige vloot, waarvan wij overtuigd
jj zijn, dat zij onzen handel, onze kusten, onze belangen be-
schermen kan, wij zullen, als wij in den oorlog betrokken
1
I · "
s
l