HomeEen tiental redevoeringen van den Duitschen rijkskanselierPagina 26

JPEG (Deze pagina), 679.25 KB

TIFF (Deze pagina), 5.96 MB

PDF (Volledig document), 87.56 MB

kennis van het gevaar eenstemmig en offervaardig toege-
staan, wat voor onze zelfverdediging noodig was.
i En nu de oorlog uitgebroken is, laat ook Engeland ieder
masker vallen. Luide en openbaar verkondigt het: Engeland
wil vechten, totdat Duitschland economisch en militair ten
onder is gebracht. De Duitschen­haat der- Panslavisten stemt
jubelend daarmede in. Frankrijk hoopt met geheel de kracht
van een oude soldaten-natie den blaam van 1870 uit
, te wisschen.
Duitschlands vaste wil om te overwinnen.

Mijne Heeren, daarop hebben wij slechts één antwoord
voor onze vijanden: Duitschland laat zich niet vernietigen!
En, Mijne Heeren, evenals onze militaire macht, heeft zich
ook onze financieele kracht schitterend gehouden en zich
zonder voorbehoud in den dienst des vaderlands gesteld. Het
economische leven wordt regelmatig voortgezet. Het getal
‘ werkeloozen is betrekkelijk gering. Duitsch organisatie-
E vermogen en organisatie-kunst zoekt in steeds nieuwe vor-
_ men euvels te voorkomen en nadeelen uit den weg te rui-
men. Geen man, geen vrouxv onttrekt zich aan vrijwillige
medewerking. Geen werftrommel behoeft geroerd te worden
en dat alle-s voor het eene groote doel: voor het land onzer
’ vaderen, voor de hoop onzer kinderen en kleinkinderen, alles
ii aan goed en bloed op te offeren! Als deze geest, deze zedelijke
1; grootheid van het volk, zooals de wereldges·chiedenis ze tot
tl nu toe niet heeft gekend, als de door millioenen bewezen
l heldenmoed van ons te wapen gestrooinde volk tegenover
l een wereld van vijanden door onze tegenstanders als militai- .
Q risme gehoond wordt, als zij ons voor Hunnen en Barbaren
li schelden, als zij een vloed van leugens over ons over het
wereldrond verspreiden, Mijne Heeren, dan kunnen wij
j trotsch genoeg zijn, om ons daarover niet verontwaardigd te
B toonen.
22