HomeEen tiental redevoeringen van den Duitschen rijkskanselierPagina 23

JPEG (Deze pagina), 663.29 KB

TIFF (Deze pagina), 5.94 MB

PDF (Volledig document), 87.56 MB

'Streven naar een betere verstandhouding met Engeland.
In Frankrijk ontmoetten wij steeds weder de revanche-
idee. Gevoed door eergierige politici bewees zij sterker te zijn
dan de ongetwijfeld door een deel van het Fransche volk ge-
koesterde wensch, met ons als goede buren te leven. Met
Rusland kwam het weliswaar op enkele punten tot een over-
eenkomst, doch zijn vast verbond met Frankrijk, z1jn verschil
met onzen bondgenoot Oostenrijk en een door panslavistische
zucht naar macht gekweekte Duitsche haat maakten overeen-
komsten onmogelijk, die in geval van politieke crises het
oorlogsgevaar zouden uitgesloten hebben. In verhouding
stond Engeland nog het meest vrij.
Ik heb er reeds zooeven aan herinnerd, met welken nadruk
de Engelsclie staatslieden steeds opnieuw tegenover hun Par-
lement het recht van Groot-Brittanniƫ, om zijn eigen ge-
dragslijn vast te stellen, geroemd hebben. Hier kon dus in .
de eerste plaats de poging gedaan worden, om tot een accoord
te geraken, dat metterdaad den wereldvrede zou hebben ge-
waarborgd.
Daarnaar heb ik gehandeld. Daarnaar moest ik handelen.
De weg was smal; dat wist ik wel. De insulaire Engelsche
manier van denken heeft in den loop der eeuwen een politiek
grondbeginsel tot de kracht van een vanzelfsprekend dogma
verheven, het grondbeginsel namelijk, dat aan Engeland het
arbitrium mundi toebehoort, hetwelk het slechts zou kun-
nen handhaven eenerzijds door een onbestreden heerschappij
ter zee en anderzijds door het veelgenoemde machtsevenwicht
op het Continent.
Ik heb nimmer gehoopt, dit oude Engelsche grondbeginsel
door vertoogen te breken. Wat ik echter wel voor mogelijk
hield, was, dat de toenemende kracht van Duitschland en het
steeds grooter wordend risico van een oorlog Engeland er
toe zou kunnen noodzaken, in te zien, dat dit oude beginsel
onhoudbaar, onpractisch geworden en een vreedzaam vergelijk
19