HomeEen tiental redevoeringen van den Duitschen rijkskanselierPagina 17

JPEG (Deze pagina), 575.06 KB

TIFF (Deze pagina), 5.96 MB

PDF (Volledig document), 87.56 MB

l
x
De Turken als bondgenooten.
Nog kort geleden, Mijne Heeren, heeft zich in den opge- E
drongen strijd een bo·ndgenoot bij ons gevoegd, die precies
weet, dat met de vernietiging van het Duitsche rijk ook zijn
eigen zelfstandigheid verloren zou zijn: dat is het 0smaan­
sche rijk. Al hebben ook onze tegenstanders een geweldige
coalitie tegen ons kunnen samenbrengen, ze zullen, naar ik
hoop, moeten ervaren, dat de arm van onze moedige bondge-
nooten reikt tot aan de zwakste punten huinner wereldpositie.
Heldendaden sinds het begin van den oorlog.
Op den 4en Augustus gaf de Rijksdag kond van den on-
' buigzamen wil van het geheele volk, om den hem opgedron-
gen strijd te aanvaarden en zijn onafhankelijkheid tot het
uiterste te verdedigen. Sedert diean zijn er groote dingen ge-
' schied. Wie zal de roemrijke heldendaden van de legers, de
regimenten, de compagnieën en escadrons, van de kruisers en
duikbooten opsommen, in een oorlog, die zijn slagliniën door
heel Europa, ja door de geheele wereld trekt! Eerst een latere
tijd zal daarvan kunnen verhalen. Doch laten we nuchter de
zaak nemen, zooals ze is.
Mishandeling van Duitsche staatsburgers ill den vreemde.

De onvergelijkelijke dapperheid van onze troepen heeft,
trots de ontzaglijke overmacht onzer vijanden, den oorlog in
het vijandelijke land gebracht. Daar staan we vast en sterk
en kunnen met alle vertrouwen de toekomst tegemoet zien.
Maar het weerstandsvermogen van den vijand is niet gebro-
ken. Wij zijn niet aan het einde onzer offers. De' natie zal
deze offers verder dragen met hetzelfde heroisme, waarmede
13