HomeEen tiental redevoeringen van den Duitschen rijkskanselierPagina 126

JPEG (Deze pagina), 696.54 KB

TIFF (Deze pagina), 5.63 MB

PDF (Volledig document), 87.56 MB

nh V

gz, gat l
ä‘· jgjrä l
zj. · l
tente? Duitschlands weerkracht moet vernietigd worden.
lr Elzas­Lotharingen en onze Oostmarken moeten wij verliezen. J
wi i .. j
De Donau­M­onarch1e moet verbrokkeld, Bulgarije nogmaals <
in zijn streven naar nationale eenheid teleurgesteld, Turkije l j
uit Europa verdrongen en in Azië vaneengerukt worden. j j
De vernietigingsplannen van onze vijanden kunnen niet j
‘ sterker worden uitgedrukt. _ j ·
.. .. . .. .. l
jg W1; z1;n uitgedaagd tot den Stfljd op leven en dood. W1; l
nemen de uitdaging aan. Wij zetten alles op ’t spel en zullen j ;
overwinnen. l ­
l
j l
Vit De onverbiddelijke duikbootenoorlog het meest humane mid- j
Y· T2 del, om tot den vrede te komen. j
. Door deze ontwikkeling der zaken is de beslissing over het l
f. voeren van den duikbootenoorlog in haar laatste en acute
stadium gekomen.
Het vraagstuk va.n den duikbootenoorlog heeft ons, zoo-
t als de Heeren zich herinneren zullen, in deze commissie drie- j
maal bezig gehouden: in Maart, in Mei en in September van
A het vorige jaar. Ik heb iederen keer aan de Heeren in uit-
voerige uiteenzettingezn het voor en tegen van de kwestie
lgj Q', verklaard. Ik heb er met nadruk op gewezen, dat ik telken- l
male pro tempore sprak, niet als prineipieele aanhanger ot j
F [ principieele tegenstander van het onbeperkt gebruik der duik- j
« booten, maar in overweging nemend de militaire, politieke
en economische situatie en steeds uitgaande van de vraag: l
Brengt de onbeperkte duikbootenoorlog ons nader tot den j
I i "A • • , · · • ,
zegevierenden vrede of niet? ,,Ieder m1ddel," zeide ik rn
ï·-“ . . . l
t,;°;ê Maart, ,,dat 1n staat IS, den oorlog te verkorten, is het meest
humane". ,,Ook het meest oinverbiddelijke middel, dat ons j
tot de overwinning en tot de spoedige overwinning voert," p
,`., j zeide ik toen, ,,moet aangewend worden."
120 ‘ l
li
l
l Uil l
inl? . -
l lr ; l
llxstïçêlï l
l· en-tmï