HomeHet regt van de Tweede KamerPagina 48

JPEG (Deze pagina), 552.96 KB

TIFF (Deze pagina), 5.53 MB

PDF (Volledig document), 31.75 MB

. " z w
46 DE BEVOPJGIJHEID van nn ’rwnnDn KAMER.
Ei
en daarenboven willen constateren, dat de Koning
in zijn regt om Ministers te benoemen volkomen h
vrij zoude zgn. De Koning benoemt de Ministers
"en ontslaat die naar welgevallen/’ Mag ik vragen, j
of dat koninklijk prerogatief ooit in de Kamer in
dien zin is opgevat, dat men eene bepaalde benoe~
ming niet zou mogen beoordeelen en veroordeelen
in de strengste bewoordingen ? Mag ik vragen, of de
dagbladpers daar buiten, de conservatieve bladen en
j de liberale, ooit gesohroomd hebben deze of gene
benoeming ik zeg niet te beoordeelen, maar te hoo­
nen, wanneer partübelang dit inedebragt?
Maar er is meer. Niet alleen dat de Kamer de
I uitoeiening van dat heilig koninklük prerogatief
i tot nog toe onbesehroomd aan hare critiek onder- i
wierp, zooals zg regt had te doen; in de praotük,
welke ik kwade praetyk blüf noemen, is zij er toe
gekomen een stap verder te gaan en, naar müne j
bescheiden meening althans, werkelük inbreuk te j
i maken op de zelfstandigheid van het koninklijk ge- i
zag. ZQ heeft er zich niet bg bepaald in motiën en i
adressen te doen blyken van hare afkeuring van
dezen of genen Minister, maar getracht de aitreding
van Ministers te dwingen. Worden er namelijk gel-
den aangevraagd voor een Departement van alge-
meen bestuur, en wenscht men het hoofd van dat
Departement te verwüderen, dan worden de gelden
geweigerd, terwijl men rondborstig verklaart, dat
tegen de inwilliging van die gelden op zich zelf
hoegenaamd geen bezwaar bestaat. Maar men wilden
j,
i
Ti