HomeHet regt van de Tweede KamerPagina 46

JPEG (Deze pagina), 582.37 KB

TIFF (Deze pagina), 5.55 MB

PDF (Volledig document), 31.75 MB

l 44 mc ianvonennicrn VAN nu rwniann KAMER. ir
necr zij tegenover de magtigen dezer wereld de reg-
ten verdedigen van hen, die geen andere voorspraak l
hebben dan hunne vertegenwoordigers. Welnu, müne
` Heeren, gg en ik, wij hebben ons deerliik vergist;
wij hebben gejuicht bij hetgeen wij moesten afkeu­
ren. Die afgevaardigden van alle kleur en rigting,
zg hebben, zoo dikwijls zij de belangen van ambte-
naren in bescherming namen, eenvoudig de Grond-
wet geschonden, niets meer maar ook niets minder;
h zij hebben het gewaagd den voet te zetten op het l
terrein waarop de uitvoerende magt zich vrü en zelf-
standig moet kunnen bewegen; zij hebben een sehen-
' dende hand uitgestoken naar de regten van de kroon
en gehoond het groote prerogatief van den Koning,
f om ambtenaren te benoemen en ambtenaren te ont-
slaan naar zijn welgevallen. Dit vonnis treft allen,
die zich aan het gemelde vergrijp schuldig maakten,
liberalen en conservatieven, het treft ook den tegen-
woordigen Minister van Binnenlandsehe zaken, toen
hij, voor eenige jaren lid van de Kamer, den toen-
maligen Minister van Koloniën verweet, dat de Heer ig
Stieltjes ontslagen was, zonder vermelding van het
feit, dat die ambtenaar den staat op eervolle wijze
had gediend. "Er is - zeide toen die afgevaar- j
digde "niemand in de Kamer die aan de Regering
"het regt wil betwisten om ambtenaren, voor zoover
"z§ niet onafzetbaar zijn, te ontslaan. Maar mag
"£laa1‘0m {Ze Kamer en ieder lid der Kamer geen e1‘i·
"tiek uitoefenen omtrent het gebruik dat de Regering
"van die bevoegdheid maakt?" Die vraag op 11 De­