HomeHet regt van de Tweede KamerPagina 44

JPEG (Deze pagina), 585.13 KB

TIFF (Deze pagina), 5.51 MB

PDF (Volledig document), 31.75 MB

jj T?
S 42 nic envononrmrn vAN nu "rwnnnn KAMER. ‘
opmaken, dat het geweest is critiek van een ko-
ninklük prerogatief. Neem uit de lange reeks foli-
anten, welke te zamen uitmaken het Byblad van g
de Nederlandsche Staatscourant, welk deel gij wilt, A j
en als gij daarin langer dan vüf minuten zoeken
moet om een antecedent te vinden tegen die vonkel- I;
nieuwe leer van koninklijke onschendbaarheid , welke
in de dommclige, regenachtige atmosfeer van Sep-
tember 1866 werd uitgebroeid, dan zal ik het er
voor houden, dat gij de kunst van zoeken niet Vêl`-
staat. Ik zou büna durven zeggen, dat het geheele
Bijblad uit eene aaneengeschakelde reeks van pro-
testen tegen die nieuwe leer is zamengesteld. Valt
büv. toevallig uw oog op de bladen, die de warme
‘ discussiën vermelden, welke drie of vier jaren ge-
_ leden in de Tweede Kamer voorkwamen, naar aan-
leiding van de zoogenaamde Poolsche nota door den
toenmaligen Minister van Buitenlandsche_ zaken uit-
gevaardigd, dan zult gij ­- gedachtig aan hetgeen
men heden verkondigt - misschien met verbazing
, vragen, hoe het mogelük is geweest, dat toen nie-
i mand op de gedachte kwam om de motie van af-
M keuring, door anti-revolutionairen en conservatieven
`S opgesteld en verdedigd, als inconstitutioneel te be- ­
strijden; hoe het mogelijk is geweest, dat toen nie-
mand met deze waarschuwende woorden tusschen
beide kwam: "Müneheeren, de critiek die gg uitoe-
fent, bittere maar welverdiende critiek, reikt verder
dan gg zelf vermoedt; vergeet niet dat in de kwes-
tie welke wü behandelen een koninklijk prerogatief
j _ , ..., Mr _ Mahonie, ‘ rrrro - 'kg