HomeHet regt van de Tweede KamerPagina 43

JPEG (Deze pagina), 560.13 KB

TIFF (Deze pagina), 5.47 MB

PDF (Volledig document), 31.75 MB

l
on Bnvonennnm van nu rwnmuii koruna. 41 j
niet onderworpen is aan den regel voor de uit-
oefening van alle regeringsregten gesteld, den regel
van de ministeriele verantwoordelükheid en van de j
l parlementaire controle, tot zoolang zal ik mij ver- j
oorloven de leer van den Ministerraad eene van die
constitutionele ketterijen te noemen, welke tot nog j
toe meer in Pruissen dan hier te lande inheemsch
waren. Grooter dwaasheid en zonderlinger inconsequen-
tie zou trouwens niet kunnen worden uitgedacht, j
dan dat men juist voor de gewigtigste regerings- _ gj
daad, welke een Ministerie plegen kan, namelijk i
de benoeming van een landvoogd voor Nederlandsch
Indie, eene daad die ouder sommige omstandighe-
ij den het verlies van onze koloniën zou kunnen ten
ë gevolge hebben, afzag van de waarborgen, welke
ë ijverige parlementaire controle kan opleveren.
r I l
ë ls de stelling waarvan de Ministerraad in zijn {
brief van 27 September uitging, onhoudbaar, dan l
wordt het bijna overbodig u nader aan te toonen, ri
dat de antecedenten van de Tweede Kamer overeen- l
stemmen met de leer, welke ik hierboven heb uit- i
` eengezet. Immers als ongeveer alle critiek van de
Kamer critiek is van de wüze waarop Ministers ·j
eenig regeringsregt, door de Grondwet aan den _l
Koning toegekend, ten uitvoer leggen, dan heeft l
lj men slechts aan te wijzen dat de Kamer jaar in I
jaar uit van haar regt van critiek een ruim gebruik ^l
maakte, om daaruit de gevolgtrekking te kunnen ii
iii ‘
’ gil l