HomeHet regt van de Tweede KamerPagina 32

JPEG (Deze pagina), 560.79 KB

TIFF (Deze pagina), 5.46 MB

PDF (Volledig document), 31.75 MB

l
j
t 30 DE BEVOEGDHEID vAN DE TWEEDE KAMER.
ook de banaliteiten die ik zeggen ga: hoe zou men
j dit onderwerp kunnen behandelen zonder banaal te
Ti worden? W
i Op drie punten moet ik uwe aandacht vestigen: of
j 1° de voorschriften van het nederlandsche staats- {
' regt; 2° de antecedenten van de Kamer, en 3° de “ï
? gevolgen waartoe de nieuwe ministeriele leer ons ‘
[ leiden zou.
"De Koning is onschendbaar; de Ministers zgn
jl verantwoordelijk ," dus luidt artikel 53 van de Grond-
ji wet; en die weinige woorden - ’t werd meer dan
IQ · eens opgemerkt - vertolken kort en bondig de
hoofdgedachte van de constitutionele monarchie. Het
j E kernaehtig voorschrift, eerst ten jare 1848 in de
j j Grondwet opgenomen, is niet afkomstig van de
Staatscommissie met de herziening onzer vroegere
j constitutie belast, en evenmin het werk van de
_ mannen, die in het genoemde jaar de teugels van
j _ het staatsbewind in handen hadden. Wü danken het
, artikel aan de afdeelingcn van de oude Staten~ il
` Generaal, die reeds in den aanvang van Maart 1848
door Willem II geraadpleegd werden over de vraag :
welke wijzigingen de Grondwet van 1840 naar haar
· inzien zoude moeten ondergaan. Welnu, die oude
Staten­Generaal, die sedert de dagen van Gijs-
. bert Karel van Hogendorp tot de dagen van Thor-
1 becke en Luzac hadden ondervonden wat eene con-
stitutionele monarehie beteekent zonder politieke
ministeriële verantwoordelijkheid; die hunne beste
i' pogingen om de regten van het volk te verdedigen