HomeHet regt van de Tweede KamerPagina 24

JPEG (Deze pagina), 556.99 KB

TIFF (Deze pagina), 5.42 MB

PDF (Volledig document), 31.75 MB

i 22 DE mo·rr1«:­1<EUeHnN1Us.
mer, en gelde in geen geval als eene fout aan het
‘ voorstel-Keuchenius meer in het bijzonder eigen:
I immers dit voorstel is behandeld en beslist, juist
I als alle motiën, welke sedert 1848 nu eens door
ministerielen, dan door anti-ministerielen werden
voorgedragen. Daarenboven, als eene dadelijke be-
i slissing ooit konde geregtvaardigd worden, dan was
` het nu, omdat het hier eene kwestie betrof, waar-
over, blükens de beraadslaging, in de Kamer geen
wezenlijk verschil van meening bestond.
I Er is eene derde grief van meer gewigt: de Ka-
i mer kan geen motiën van orde aannemen, want de
E grondwet kent die zaken niet. Ik noem de grief
daarom van gewigt, omdat zij het gezag voor zich
j heeft van Mr. J. de Bosch Kemper. Ik eerbiedig het
ii gevoelen van den geachten hoogleeraar, maar zon-
der het te deelen, en laat ik er bijvoegen, zonder
Q zelfs de kracht van züu bezwaar te begrüpen. Welk
, i besluit neemt de Kamer bij eene motie van orde?
j Het besluit om over te gaan tot de orde van den
dag, dat wil zeggen om met hare andere werk-
_ zaamheden voort te gaan. Aan dat besluit, op zich
1 zelf zeker zoo onschuldig als een Kamer ooit nemen
I kan, wordt echter eene overweging toegevoegd, waarin
de meerderheid haar gevoelen uitspreekt over deze of
gene kwestie. De vraag over de wettigheid of on-
wettigheid der motiën lost zich dus eenvoudig op
in deze vraag: of de Kamer ten allen tüde haar
gevoelen mag uitspreken. Die vraag nu kan naar
mün bescheiden meening zelfs geen kwestie heeten·