HomeVermakelijke OssiadePagina 30

JPEG (Deze pagina), 1.07 MB

TIFF (Deze pagina), 7.46 MB

PDF (Volledig document), 33.07 MB

30 .
noemde salaris genoot de heer Simons, die voor zijn Mij. niet weinig schrijft, even- .
als zijn talentvolle echtgenoote, waarvan zijn Maatschappij zooveel publiceert, naar .
mij uit geloofwaandige bron wordt medegedeeld, ook nog honoraria voor ·het schrijven. _
Hoeveel weet ik niet; interesseert mij niet; gaat mij, zoo gij dat wilt, niet aan. Maar lc
het maakt uw bewering misleidend. Dit maakt op mij geen prettigen indruk, 15) maakt,
dat ik weinig vertrouwen stel in uw verklaringen, maakt dat k van u verlang, dat u j V
met bewijzen waar maakt, hetgeen gij op dit belangrijke punt beweert. Ik heb geen .
lust om mij den mond te laten snoeren 1G) door een ,,hou·ding uit den hooge". Bewijzen '
s.v.p.l En dan kunnen wij ver·der praten. ·
Uw brief zal ik in het eerstvolgend nummer der H. P. `doen opnemen met dezen ,
er onder. Uw schrijven kwam Woensdag wat laat om nog, van het vereischte on-der- v ,
schrift voorzien, in het nummer van heden te kunnen worden opgenomen. Mocht u · $1*
onder dit, mijn tegenwoordig schrijven, nog een bijschrift willen plaatsen, ik houd er ‘ 1 r
tot Woensdag, 12 uur, rruimte voor open. Maar geen praatjes, wat ik u bidden mag, `
en geen ,,insinuaties, dat ik insinueer". 17) En in de allereerste plaats een deugdelijk .,
pe·len tot den aangewezen hoogleeraar in de insinueerende dialectiek aan een te stich­ i nl
ten school voor sensatie­journalistiek.
Want let vooral op dien kostelijken, fijnberekenden zin: ,,Hoeveel weet ik niet; in-
terresseert mij niet, gaat mij niet aan". - .«
De heer en mevr. Simons-Mees publiceeren bei·den hun arbeid bij de Maatschappij. 1
En zij ontvangen daarvoor, natuurlijk, als àlle auteurs, hun honorarium in verhouding tot . _
den prijs en den verkoop der boeken. Iets bedenkelijks zou daarbij eerst ontstaan,
als zij mèèr ontvingen dan andere auteurs in gelijk geval. In verband met ·dit gansche
betoog, zou men zelfs kunnen zeggen: ,,als het veel is, wat zij maken, dan heeft de ­«~ `
heer v. Oss gelijk." ­- ls het echter voor elk hunner in doorsnee een f50 à f 100 per `
jaar, dan voelt iedereen, dat een toespeling op zulk een bedrag in de pen van onzen ,
antagonist, een allerliederlijkste grofheid is. Nu beweert de heer Van Oss hier te putten «
uit "geloofwaardige bron". En moet dus weten, dat het hier om een schijntje gaat.
Kon dit ook zelfs met zijn dom verstand" (zie h.o.) nagerekend hebben. En bewonder `
nu het geniale van den greep, dat hem doet schrijven: ,,hoeveel weet ik niet; interes­ j_ j
seert me niet; gaat me niet aan", waar juist ’t hoevele - àlbeslissend was. f ,
Ze!f­narekenen, zeiden we, had de heer v. Oss trouwens bijv. te·n aanzien van de
genoemde schrijfster ook gekund: Al haar bij ons verschenen werken kostten tot eind _ j . .
vorig jaar: 20 à 25 cts., d. i. als netto­provenu voor de uitgevers 13 a 16 cts. Het is · 4
duidelijk, dat auteurs-inkomsten daaruit hoogstens 3 à 4 cts kon·de·n zijn. V0lgen·s onze ` . 1
gepubliceerde cijfers verkochten we tusschen 1906 en 1918 van deze schrijfster rond V
44.000 deelen. Zoodat dus zelfs de heer v. O. had kunnen becijfere­n, hoeveel zij, in ' 1 ­ ·
13 jaar, moet hebben ontvangen! ­-­ _ ;
Maar ­- nu komt het aardige [er is toch altijd iets vermakelijks aan de schrijverij ; .
van dezen Hagenaar, ook waar zij het meest onfrisch is!). In zijn 1e stuk af hi' te «
2 1 .
verstaan, dat hij dit door ons gepubliceerde verkoopaantal van haar werken -­ ­(ge­ ­
flatteerd acht! Ergo, volgens hemzelf zouden er veel minder verkocht zijn! Maar an
moet hij ook komen tot een absoluut schijntje voor haar tantièmes!
Prik hem waar ge wilt; ge treft altijd zelftegenspraak! Toch een kostelijk journalistl ‘
15) Stakkerd! ­- Het maakt op hem geen prettigen indruk! ­- Nu worden we haa-st i
sentimenteel! We komen bij de tragiek. Hij zou wel willen. Maar ­­ hij kan niet. - ‘
Omdat hij weer iets gehoord heeft! O die gehoor­hallucinaties!
16) Waarom zou men hem den mond willen snoeren? Hij praat zoo heerlijk zijn
mond voorbij; en hoe meer hij praat, des te erger blameert hij zich. ' ‘;
17) ,,Geen insinuaties, dat v. O. insinueert". ­­­ Is 't niet haast elegant­Haagsch uit- p
gedrukt? Aber was soll man machen? ­- Hij insinueert nu eenmaal wèl, en daar helpt , u
geen lieve moedertje aan, dat moet ­- geconstateerd worden. · ,