HomeVermakelijke OssiadePagina 29

JPEG (Deze pagina), 1.10 MB

TIFF (Deze pagina), 7.23 MB

PDF (Volledig document), 33.07 MB

. /;
1,2- ._ . · 29
dï voudig deze: ,,Wij, De Groot, Ovens, Mees zeggen dat, ook al staat daar geen jota i
in over in het prospectus, er een privé afspraak is, waarvan de heer Van Oss niet weet,
lf maar die de feiten waarop zijn gevolgtrekking berust wijzigt." ‘
en W ~ Op die ·houding antwoordde ik in mijn vorig schrijven met een duidelijken wenk: 12]
.! U hadt het onnoodig moeten maken, dat ik uw bewering op uw woord geloof door J
en . 'jï bij uw schrijven een afschrift te voegen van het officieele stuk, dat de juistheid uwer
en bewering be·wi'st. Voor dien wenk zijt ge doof gebleken. Maar zooals ik reeds zeide,
t" 1
·l. V wij zijn ·hier aan het punt waar het om gaat. Ik ben niet van plan om mij door u met
een ,,houding" te laten afschepen. Ik sommeer u 13] bij dezen uitdrukkelijk het bewijs
g te produceeren van het bestaan dezer ons rhoofdpunt beheerschende overeenkomst.
[ t Q. Het spijt ­mij, dat ik »dit izoo cru moet zeggen, doch ik vermeen met uw bloote be-
? ` , _ wering geen genoegen te mogen nemen. En ik heb geen bezwaar u één der redenen
'oe mede te deelen, waarom cniet. In uw eerste repliek zzegt u: ,,Van 1900 tot 1914 genoot
ll ,,·de heer S. ten hoogste f«1200 per jaar; tijdens de eerste drie oorlogsjaren stelde
n _ ,,hij zich tevreden met f 200. Op dit oogenblik is zijn honorarium inclusief tantièmes
li; i. ,,f 3000. Dat nu van iemand, die optreedt als nagenoeg onbezoldigd leider eener
il , ,,dergelijke instelling van openbaar nut, niet ook gevorderd mag worden, dat hij ook
,‘ . ,,uog zelf financieel groot risico draagt, zal wel voor niemad betoog behoeven." In-
tl ’ g cidentieel geeft u hier, door het te vergoelijken, toe, dat hetgeen ik als hoofdpunt
E; _ = stel, juist is. 1*) Maar u ·doet tevens een onjuiste mededeeling. Behalve het door u ge-
:4;- · 1 en aan het slot van zijn 2de stuk schrijft hij ·dan ook: ,,Waar het op aankomt is: 1] de
gr ‘ wheer S. neemt zijn geld terug en 2] de Mpij gaat aan grondspeculaties doen. -­ Dat
,e‘ was dus: Kern no. 2! - Maar nu is hij die voorafgaande betoogkernen weer kwijt ['t
_ j g is ook moeilijk om in het denken voet bij stuk te houden] en zoekt nu weer een
'r` ‘ x2 ‘ nieuwe kern!! Daar is geen bijhouden aan! Geen wonder dat onze Commissie de dis-
cussie nie·t kon voortzetten met zulk een stàagen kernverwisselaar!
ar _ Q Maar vermits nu die nieuwe kern ook alweer versmolten is (want het bewijs, dat
ie j' de inschrijvingen van den heer S. heel en al niet beïnvloed zijn door het eerste artikel
van den machtigen en imponeerenden Van Oss ligt bij den heer De Groot] moet er
.! g een vierde gevonden worden. Als we eens 'n prijsvraag uitschreven, om dat weekding
j" te ontdekken?! -
e_ _ A 12] Is deze heele ver·dere terminologie niet kostelijk?l Ik, Samuel Filip van Oss,
` ,i bij eigen genade grootmeester der Nederl. Journalistiek, krachtens mijn zelfbeschik-
nd kingsrecht Provoostgeweldige, dilettant­rechter van instructie, heb u, heeren de Groot,
n , Mees en Ovens een wenk gegeven, begrijpt u, een wenk! van mij, hoogmogende, dat ik
' _ u niet geloof en dat ik, Samuel Filip van Oss­financier­journalist­uitgever, uw bewüs
- { ’ wil zien; begrijpt me goed; misverstaat me niet; schat mijn toorn niet gering; luistert
, tf- naar mijn woord, dat u een wet moet zijn, sic volo, sic iubeo, luistert naar mijn toon,
' ik­wil­uw-bewüs zien! -
t_ Er is in Duitschland een troon leeg. Waarom zou men er dezen Koning van de H. P.
lt niet op zetten? - Hij heeft immers al de allures van de majesteit, die tot zijn onder-
ui rdanen weet te donderen, donnerwetter!
‘ 13] Hij_­ sommeert, Hij, sommeert, uitdrukkelijk. Hij - sommeert - uitdrukkelijk
f_ ­ - tot productie van 't bewijs, want hij, Van Oss, kan geen genoegen nemen met uw
_r ' ­ bloote bewering. En ge valt hem niet in koude­rilling te voet, dien imponeerenden
" ij sommariusl! -
__n 14] Wij hebben den heer Van Oss wat hard moeten vallen. Maar eerlijkheid bovenal;
' ~ en eere wien eere toekomt! -­ de thans volgende passage verdient onze opperste
d , , »; hulde. Allereerst om de werkelijk Haegsche delicaatheid der keuze van dit afscheids-
u' i j , schot. De heer Van Oss heeft het al finaal afgelegd, maar hij schiet zijn laatste pijl,
' ‘ 1 [ q En doet dat met een vernuft en een subtiele berekenkunde, die hem aanstonds stem-