HomeMr. G. Groen van Prinsterer en zijne leerPagina 94

JPEG (Deze pagina), 706.22 KB

TIFF (Deze pagina), 6.81 MB

PDF (Volledig document), 61.49 MB

grt
. s
88 .
ll, lle heel enonw heeft, op die theorien afgaande, de =
jj nasporing van het eigenaardig karakter van het Fransehe volk è
{i { en zijner geschiedenis verzuimd. De neiging van dit volk tot `
eenzijdige, abstracte beschouwing, door den invloed van het
absolutismus in Staat en Kerk gevoed: zijn daarmede in naauw L
‘, verband staand ontvlannnen en opvliegen: de hopelooze ver-
; warring der oud­Fransche Staatsinrigting: de onzekerheid i'
van zijn Staatsregt, waardoor wijze en aanhoudende Her- .
li vorming schier even noodzakelijk als onmogelijk was gewor-
F den; - dit alles wordt over het hoofd gezien of wel stoutweg .
l ontkend, ten einde tegen » waantilos0üe” en » onhistorisehe
beginsels" te veld te kunnen trekken. Deze beschouwing is ·_
eehter inderdaad even ouhistoriseh als onwijsgeerig. e
Ill". Een gevolg van dit verzuinr van naauwkeurige histori­ Fl
j sehe nasporing, waardoor Frankrijk`s eigen karakter niet naar .
K behooren van dat der overige Europesche volken wordt afge- l
scheiden, is wijders het onhistorisehe vooroordeel, alsof Frank- ?
= rijk de modelstaat hunner geschiedenis, de wet zijner ontwik- j
keling ook de hunne, en zij, bijv. Nederlancl, de bron hunner i
. { staatsveranderingen niet in zieh zelf zouden gevonden hebben. `
De oorsprong en aanwas der groudwettige beginselen ten onzent _
j, wordt dientengevolge miskend. (lj T
IV". Op het voetspoer van Fransche en Duitsche schrijvers, j
l wier doel absolutismus in verband met de Katholieke Kerk en
, herstel van feudalistisehe inrigtingen ten behoeve des Adels was E
j K en is, (» een gevaarlijke verbroedering van theocratiseh-politisel1en l
en soeialistiseh-regeerkundigen geest," prof. H. w. ·rvnmnxN)
li wordt de eenige partij, welke in waarheid den draad der
j historische ontwikkeling vasthoudt, namelijk de constitutionele
l ~--~ -·-s
l
L i (1) Zie daartegen de treffende ontwikkeling in ¤¤ de Stadt/cundige j;4w·­
j ájjen in Nederland." *1837; in de boven aangehaalde werkjes van de Heeren
K rvomim en JONCKBLOET (de vg/de en zesde voorleeing), benevens l"l·‘.
Lji G. w. vnuemc. Ilmiimeringen van een S/aalsmmi, 1850.
t
K
i
l