HomeMr. G. Groen van Prinsterer en zijne leerPagina 88

JPEG (Deze pagina), 665.98 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 61.49 MB

Ft
i
. sz i
i <
niet herstellen. De scepter is aan zijne handen ontvallen. Zijn
doodklok heeft geluid, toen de Notabelen des lands, toen de
j Algemeene Staten werden bijeengeroepen. llet oude koningschap
legde toen de kroon neder.
i Zonder twijfel heeft deze Omwenteling een bijzonder karakter.
j Het zegt weinig haar van hoog belang te noemen. Zij is een
I ‘ ver reikend historisch feit; bijzonder in karakter, algemeen in
waarschuwing. Zij was Franse/z bij uitnemendheid; - en
* verkondigde tevens de gewigtige les, dat verzuim van tijdige i
ii liervorming en bijtende scherpte des verstands, niet geleid, i
voorgelicht en bepaald door praktiseh­heilzame inrigting van
maatschappij en staat, hopelooze verwarring en omwenteling
V«‘t baren. - Zij was de proef op de som der middeneeuwseh- l,J
j` leudalistisehe beschaving, door de hand van het Absolutismus
{_ g. voltrokken.
j De Umwenteling bedoelde in haren oorsprong schepping van
j een ordelijk en geregeld Bestuur, wegruiming van willekeur,
doortastenden invloed van den Tiers-Etat, want zonder dezen was
het andere onmogelijk. De wensel1 werd toen niet bereikt.
De oude toestand was nog te nabij. De vergiftigde elementen
van dezen verijdelden elke poging. Nieuwe geslachten zullen
verrijzen, en nog lang zal Frankrijk met dien alles verpestenden
N invloed te worstelen hebben. Door nimmer rustenden partij-
j i geest levendig gehouden, vindt hij gewenscl1t voedsel in rege- 4
ringsmaatregelen, die slechts herinneringen zijn uit den ouden tijd. i
· Alleen door streven naar zelfstandigheid, individueele waarde
en waarheid, door opwekking en versterking van de zedelijk-
i L godsdienstige zijde des menschen, van de /smc/zt des gewetens,
j zal hij vernietigd kunnen worden. `
lj ` Maar een feit is gebleven, onherroepelijk en onbetwistbaar.
·i lle verheliing van den Tiers-Etat. Terwijl de omwenteling
j j negatief was in wegrniming der overblijfsels van het fendalis­
i i Q
i i l

i