HomeMr. G. Groen van Prinsterer en zijne leerPagina 82

JPEG (Deze pagina), 661.25 KB

TIFF (Deze pagina), 6.78 MB

PDF (Volledig document), 61.49 MB

s
__ . 76
F stal`, nadat eenmaal, ten gevolge der Engelsche oorlogen, een
ä staand leger en algemeene belasting tot zijn onderhoud was
t verkregen. De tegenstand, door het koningschap ondervonden,
k ontsprong van twee zijden; maar ook van twee zijden daagde
beslissende hulp. De magt van den Adel en niet minder
M de vrijheden der steden stonden in den weg. Zij werden
·! ten onder gebragt. Twee magten waren bij dat werk behulp- l
zaam; de Regtsgeleerden en de Geestelijken. Uit de studie van A
het Keizerlijk­Romeinsehe regt werden de stellingen opgedolven,
( die eertijds de absolute magt der Caesars bevestigden, en op
_ den Koning, als Hoofd van den Staat, toegepast (1). Vandaar
i die regels van het oud-Fransche Staatsregt: la loi veul ce
que vent Ze Roi; le commamlenzent du Roi est absolu et
absolument obligatoiref -­- stellingen, die de kraeht en
. het wezen van din lieren Feudalen Adel braken, het gemeene
V regt hielpen vestigen, en allen zonder onderscheid, Heeren,
Burgers en Lijfeigenen, tot onderdanen maakten. ’t Was een
_ der edelste namen onder Frankrijk’s regtsgeleerden, de beroemde
j kanselier DE L`I·IöPITAL, die de Ordonnanee teekende, welke aan
( eene menigte Fransche steden, ten behoeve van de magt der
Kroon, vele hunner regten ontnam. ’t Was door de koninklijke
_ hoven en parlementen, dat van de XIV“ tot de XVII° eeuw de
j vrijheden van Frankrijk werden verkleind, opgeheven, vernietigd,
g ten behoeve van den Vorst (2). En bij dat werk van opbouw
l der volstrekte koningsmagt, stond de geestelijkheid 11aar trouw _
j » ter zijde. Dan eens tegen Pausselijk gezag, dan weder tegen al
het indringend Protestantismus steun zoekende bij de Kroon,
. was zij haar gaarne te wille. Prelaten als susan, mcnnueu,
mzlxnin, als de groote BOSSUET, bevestigden eene magt, wier
l troon werd opgerigt op de puinhoopen van fendale vrijheden en .
E ‘ regten, van elke individueele zelfstandigheid. ‘
F
lj; il) 'l`nnsnnv l. I. 1, pag. 38 nllgg., 43 en volgg. .·_
F .2t ’l`nn;nnv l. I. l, pa;. I02, 272. ll, 15 volgg. 23 volgg. ;
l V
.
l