HomeMr. G. Groen van Prinsterer en zijne leerPagina 68

JPEG (Deze pagina), 660.76 KB

TIFF (Deze pagina), 6.78 MB

PDF (Volledig document), 61.49 MB

ë ,· ··
_ X ez
t. ­ achter heg en struik gevoerd, die mogelijk elders nationaal
ä. zijn kan, maar waaraan geen » Nederlander" zieh op het open
. veld der publieiteit behoorde schuldig te maken
Eindelijk, de taktiek der verzwijging. j
De heer enoen weet het zeer wel, en zegt het ook telkens, C
dat de invoering dezer beginsels, en in het algemeen van zijn l
stelsel, in deu- tegemuoordégen tyd, onmogelijk is (*1). Maar A
hij laat die daarom niet varen. Integendeel. Zij worden met
2 des te meer klem vastgehouden. Ja, de stelling van den
W miskenden, verguisden martelaar zijns geloofs, die niettemin
‘ meent den sehat der toekomst met zich om te dragen, seliijnt .
niet oiigevallig te zijn. De nadering van betere dagen wordt
eehter zorgvuldig voorbereid. De stroom der openbare meening `
wordt zooveel mogelijk daarheen gevoerd, en inmiddels van
W het stelsel zooveel getoond, als men meent dat de verzwakte, ·j
{ liberale oogen der tijdgenooten kunnen verdragen. Het stelsel `;_
bestaat echter; en veelbeduidende wenken wijzen den meer ol`
min ingewijden op » het diep verholen goud." De beginsels der
i partij zijn wel » tijdelijk onuitvoerlijk,’” maar » zullen later op
nieuw in praktijk kunnen worden gebragt/’ Adv. v. 1840.. pag.
t 49. Voorshands wordt echter hoofdzakelijk aanvallenderwijs tegen
het Liberalismus gehandeld.
Deze houding baart echter velerlei ongelegenheid. Men kan
jl niet alles, en niet alles altijd zeggen. De tijd, de omstandig-
E lieden moeten berekend, de tijdgenooten naar de oogen gezien
j worden. Er mag niet altijd gesproken, - er moet soms ge-
zwegen of slechts een half woord worden gezegd. Van hier,
J dat mannen, die gaarne ronde, rniterlijke taal hooren, deze
i diploniatische tijnlieid wel eens met een anderen naam be-
] stempelen.
lj llet is daarom geene nieuwe opmerking, dat de partij, waar
jj zij geen geneigd oor voor hare plannen aantreft, die eenvoudig
i t ‘l"‘_"`"
l tl; Azleiesen van 1840, pag. 118, HH.
E
l
tl

i
J
l