HomeMr. G. Groen van Prinsterer en zijne leerPagina 66

JPEG (Deze pagina), 674.30 KB

TIFF (Deze pagina), 6.78 MB

PDF (Volledig document), 61.49 MB

)
l
_ eo
P
pj · Calvinistisehe begrippen; die beweert, » de Bg/zel zal srnnos
ä op verschillende, op TEGENSTRIJDIGE wgïen worden ailgelegd;" (1)
I die geene gelijkheid van geloofsuitdrukking in alles, maar in
is eene » hoo/dso2n" van eigen vinding wil (2); en, deze zelfde
i; man, deze onregtzinnige, deze subjeetiefste der subjeotieven, (3)
beklimt den regterstoel, om het geloof van anderen te oordeelen
E en te veroordeelen! Wie zal mij tegenspreken, als ik beweer,
a dat, bij zoo wrakke grondslagen van eigen overtuiging, het
woord: oordeel niet! vooral door den heer enona van Pnnvsrn- i
een moest in acht genomen worden?
op het punt der voorbesehikking » rekkelijk" is. Senoixrnn, t. a. p.
pag. XXXVIII en volg. i
_ (1) Beschouwingen, pag. 60. >
l (2) D;. sononrnn, t. a. p. pag. X en volg. Wat zal men zeggen, ‘_
( als men den heer enonn in Grondwetkerzi. en Eensgeaindh. pag. 362
{ J aangaande den inhoud des geloofs hoort verklaren, dat dit niet is » wat
in onze dagen van suhjectiviteit deze of gene met zgn Christelük geloof
kan overeen brengen?" H
, (3) Dit vereiseht opheldering, die ik geven zal in verband met de
noot op pag. 51, en met des schrijvers eigen woorden. `_Q
( »God heeft zich in zijn woord geopenbaard; daarin hebben wij een "
r toetssteen, die onbedriegelgïk is." Beschouwingen, pag. 2. Ned. Geel.
III, p. 33.
Maar =
jj » de Bübel zal sleeds op verschillende, op tegenstrgdige wüzen wor- ;
. den verklaard" (Beschouwingen, pag. 60).
j » Den Bijbel, zonder nadere verklaring, als eenig rigtsnoer voor eene
‘ bijzondere kerk te verlangen, is eene miskenning van hetgeen de rede
j in het godsdienstige verlangt? (ib. pag. 59.)
Wie zal zoodanige verklaring geven, en wat is zd? » Verklaring van
. gevoelens omtrent hetgeen als hoofdzakelüke inhoud van den Bijbel aan-
genomen wordt." (Ib. pag. 56). ïj
j Dus afkomstig van menschen; naar kan geloof en inzigt, met onderling
jv overleg vastgesteld. De geloovigen zijn de bron, uit welke de verklaring
vloeit. Of die gevoelens door velen of weinigen gedeeld worden, neemt
{ hare snbjertiviteit niet weg, daar, volgens den heer ononiv, de Bgbel­
; i verklaring geene zekerheid aanbiedt.
Maar tijden veranderen; en tevens geloof en inzigt. Moet dan de
l
a
& 1
< l
il
i .
i l
P ­g
­ ie