HomeMr. G. Groen van Prinsterer en zijne leerPagina 65

JPEG (Deze pagina), 694.51 KB

TIFF (Deze pagina), 6.78 MB

PDF (Volledig document), 61.49 MB

_. ··~•·­<~;.;g/·»#‘ ·" `·"‘"'·"‘ ` " ‘*"'_;,_j ,;____,__ , A _ " h
59
Getuigen dergelijke aantijgingen niet evenzeer van liitteren
haat, als van misbruik der geschiedenis ‘?
De liberalen kunnen er zicl1 evenwel mede troosten, dat zi_j
hetzelfde lot oinlcrgaan als zoo vele verdienstelijke mannen in en
buite11 ons vaderland, die evenzeer door de » en1`eilbaren" ge-
hoond C11 belecdigd zijn. (1) O! men is tot zeer veel in
staat, (2) zee men het wagen durft (een voorbeeld onder vele),
7 den g0(lSCllOllStlgCl1 NECKER en den afseltuxvelijkeii MAHAT in eenen
adem te noemen in de praktijk der » religie van het engeloe1`,"
1 zooals de heer enoniv (in » Ongeleof en lïevolutie") zich verkiest
j uit te drukken. Wien is, om van anderen niet te spreken, de
ergerlijke behandeling van Groninger en Leidsche Iloegleeraren
-1 niet nog versch in het geheugen? Welk verwonderlijk schouw-
' spel! Ziedaar een partijhoofd, dat zelf enregtzinnig is (3); welks
_ denkwijze bestaat uit een hybridisch zamenstel van Hoomsche en
1 (1) Bijv. onze onderwijzers en ens lager onderwijs. En Loeb, in (
.: 1829 schreef de 11eer GROEN daarvan; »meet men de dengdzaainheid
i bewijzen van het uitgestroeide zaad, bij het aanschouwen van den heerlijk j
vruehtdragenden akker?" Ned. (led., 1, pag. 35. Het lager onderwijs, j
‘ » de schepping, het eigendom, het prenkjuweel van de Natie." Ib. 1,
NO. 24, » door de ondervinding eener bedarhtzame en weetgierige natie
gevormd? lb. I, p. 141. Vijftien jaren later heette het, » een boem, die
, door het aanschouwen der vruehten te schande werdt." Was het onderwijs
Q in dien tijd zoe veranderd, - of- had de partij kracht gekregen? Zie de
keurige rede van Dr. A. en JAGER op de Bititeng. Verg. der Onderw. Ver- (
eeitig.inl1et V11IS'°Sc/teolclislriet, enz., pag. 19 en D1. Fenix, t. a. p., pag. G4.
(2) Het is erg, dat dergelijke exee1ttie'niit masse in » het wezen van
` het antirevelutienair Staatsregt" liggen, zoo als de » Nederlander N". 1020
j zegt, maar het A B C daarvan, de scherpe fanatisehe tegenstelling van
» de eenheid van het revolutionair beginsel, in nienigvuldigheid van vormen
en vertakkingen epenbaar" tegenover » de een/teid van het antirevolutienair
Staatsregt" brengt dat inet zich. 11et is een nieuw Terrerismus. Is het
il echter gegrond? De heer GROEN beweert, dit in »Ongeloof en 1{evolntie" (
te hebben aangetoond. M'. nn HOSCH k1cn11>1cn, mede geen onkundige.
zegt, dat het historisch bewijs daarvan in dat werk niet geleverd is, en
’ dat de schrijver de Gesrhicdenis bijna voortdurend miskent! i
< (3) Als blijk dezer regtzinniglieid diene bier nog. dat de heer G11(11·.
i

. Vl