HomeMr. G. Groen van Prinsterer en zijne leerPagina 63

JPEG (Deze pagina), 657.93 KB

TIFF (Deze pagina), 6.78 MB

PDF (Volledig document), 61.49 MB

_____ ,,,,,,.,,,,._,tlï..,_;·..­_~, .»£;_·;.;«;«;··_«·_-_ ,_ _ _“_;;_ï__ _;___ _ , _ , _
i
l
il
§ ev
l
Deze is drieledig, en wordt met veel behendigheid afgewisseld.
llet is de taktiek
ä der openlijke en heftige verguizing.
der indirekte verdaehtmaking,
? der verzwijging.
Openlijke en heftige verguizing ondervinden allen, welke men
weet of verdenkt van in beginsel tegenstanders der partij te zijn.
In de eerste plaats natuurlijk de liberalen. Even als de omwen-
teling van 1795 op eene lijn wordt gesteld met de meeningen
J en daden der Fransche conventie (1), zoo wordt de liberaal-
constitutionele partij hier te lande aansprakelijk gemaakt voer en
j geidentiüeerd met theorien, waaraan zij in de verte niet denkt.
. Dc heer enoian heeft zich nu eenmaal van het liberalismus. een
li denkbeeld gemaakt, en naar dat denkbeeld eene » droevige
( ügnur" vervaardigd, welke hij met lofwaardigen ijver dagelijks
l bestrijdt, overwint, omverwerpt en weder op de beenen zet, om,
( » tvulgi slaale coroatt", den volgenden dag hetzelfde te doen. l
De werken der Encyelopaedisten, van noussi«;.xU, de theorien
=5 der conventionnels zijn, volgens hem, de belijdenis­schriften j
(i der Nederlandsche liberalen. Ook gelooven deze, zoo men hem (
jj; hoort, aan de onfeilbaarheid van zekere abstracte begrippen, i
als daar zijn, volkssouvereiniteit, maatschappelijk verdrag, al-
magt der wet en van den Staat (2) of , zoo zij het niet
doen, zoo zij daartegen protesteren, zijn zij niet liberaal. j
Omdat er dan toch onder deze zijn, welke men niet zoo l
’ voetstoots verwerpen kan, is de onderscheiding uitgevonden
( tusschen consequente en ineonsequente, d. i. geheel en half be- (
( dorven liberalen (3). De eersten worden natuurlijk onherroepelijk )
A (1) Zie Prof. ii. w. rrnianan, over de voormalige slaatsparlgen in de
Nederl. Republiek; en D'. w. .1. A. iokckneoirr, T/zeokralle en Grond- (
wet, de zesde voorlezing `
(2) Dr. JONCKBLOET, t. a. p. pag. 200 en volgg. Zoover ik weet, zijn (
deze denkbeelden niet Gromlzvettig. (
(3) Adviezen van. 1810, pag. 10.1. Ned. Heil. l, 134
( A /