HomeMr. G. Groen van Prinsterer en zijne leerPagina 61

JPEG (Deze pagina), 658.95 KB

TIFF (Deze pagina), 6.78 MB

PDF (Volledig document), 61.49 MB

, .;a-;;.;;;;;:;:::..-..,-,.-..;:1;.2,.~.--.....-..a..,-..,-..- .. sk . . _
55
in de allereerste plaats te doen om de uitbreiding, steviging en
bevestiging van dit eigengemaakt zamenstel van läoonisohe en
(lalvinistische begrippen (1). De inrigting van den staat, ja! zelfs
de Souvereiniteit van het huis van Oranje, komt slechts in aan-
merking, in zoo ver deze dienen kan als middel tot verkrijging
van het voorname doel. Kwam het middel eenmaal daarmede
in strijd, de antirevolutionairs zouden outvvijfelbaar de ergste
’ revolutionairs zijn.
De leer, welke zij belijden, heeft geen biadeazt gezag. Zij
is het geloof eener kleine minderheid. Daaraan te geven, wat
ontbreekt, een gezag, magtig genoeg zich te doen eerbiedigen,
is het doel. Daarom grijpt de partij naar den kraehtigen arm
van den staat. Zij wil door dezen doen constateren, wat zuivere
uitdrukking der kerkelijke leer is (2), wel niet in alles, maar
in lzoohisom, natuurlijk volgens hare wijze van rekenen (3).
Afkeer van het liberalismns, welks beginsel z»rg)'/mir! is, en
in de oefening der vrijheid met inachtneming der liistorische
ontwikkeling den waarborg vindt der zedelijke orde, is het on-
vermijdelijk gevolg. Want dioang is schering en inslag van
een gezag, hetgeen opgehouden heeft in en door de overtuiging
der menschen te leven.
Zwaarinoedige geesten, gebogen over den afgrond van het
(l) Natuurlijk voor zoo ver de vrienden deze theoriën van den
heer enoian deelen. Er zijn er, zoo als Mr. van oen 1<nin•>, die daar-
van afwhken.
(2) Zie Dr. seuoixrnn, t. a. p., hl 8, 9 en 10, die de plaatsen
uit Gnome geschriften aanhaalt.
(3) » Zie dan wel toe," zegt Dr. seiiomen, in zijn Aatiuoord aan
Nl'. is. oa cosrix, pag. 43, » van niet het essentiele der Gereformeerde
dogmatiek bij voorkeur in zulke voorstellingen te zoeken, die oorspron-
kelijk in de Roomse/ze kerk te huis behoorende, uit kracht van het
sehriftbeginsel onzer kerk, reeds voor lang, gedeeltelijk door de llervor-
mers zelven, bepaaldelijk door zwikeia en l§AL'l.lN, later door mannen
als nonriseiiic. van voonsir. iiiiamea. i;«:iai.m; en anderen, ­­ voor
goed ter zijde gesteld zijn.”’
l
`