HomeMr. G. Groen van Prinsterer en zijne leerPagina 44

JPEG (Deze pagina), 678.78 KB

TIFF (Deze pagina), 6.70 MB

PDF (Volledig document), 61.49 MB

[ ` 1
1 1
1
äx j
F door het l{tlill`l.t‘IllllllS züner » aloude en geliefde" Provinciale
deputatiën, en die, tegen wil 011 dank, tot vertegenwoordigers
van kel geheele volk zoude kunnen maken.
j Daartegen zoekt hij, zoo het kon, een middel. llü durft
N dit » naauwelijks uitspreken ," zoozeer » wijkt hier zijne meening
van algemeen geliefkoosde theorieën af." ­­­ » Desniettemin ver-
klaart (hg) ronduit, dat (hij) het 11iet ongepast zoude achten
de willekeur der vertegenwoordigers ten aanzien hunner eo1n111it­
g tenten eenigzins te beperken? Byrlr. bl. 106.
De heer enoniv is naif genoeg van niet in te zien, dat,
even als de eominittenten zelf, ook de geeoinmitteerden, de
vertegenwoordigers, door de algemeene belangen, door de
jj . werkende kraeklen van kel maalsekappelgk liga/mam, worden
ik belieerscht, en aan zoogenaainde willekeur van hunne zijde slechts
j` in zeer beperkten zin te denken is.
, Nu het middel tegen die willekeur.
» De oorspronkelüke staatsregeling va11 Nederland bragt mede,
niet sleehts, dat de afgevaardigde onder het toezigt zijner last-
goveren bleef, maar ook, dat in zaken van groot belang, de
invloed gold van vroedsehappen, gilden, sehutterijen, van het
‘ gansehe ligehaam der maatschappij. Thans is elke lastgeving
of ruggespraak, bij art. 83 (thans 82), ontzegd" (Bgjllr. pag.
L , 106 en 107).
[jj Dit kan, volgens den sehrüver, terugkeereii. De willekeur
moet gebreideld worden. Er zal mogelijkheid moeten zijn lol jl
· ­·" eene soort oen laslgeoing, een nlrlnclaol, indien men woei--
rllgkeid in de vertegenwoordiging wil, indien men politiek leven
bi] de Natie verlangt, indien men ole lweerle Kamer wil 0nl-
lrekken non den ánoloerl eener knnslmollg gevoenule openbare
meening eener spoedig veldwinnende faetie, maar vooral ook aan
‘) den invloed der Kroon" (Bgklr. t. a. p.)
k, lk geloof, dat mijne landgenooten, die niet zoo naauwkeurig
1 bekend zijn niet de diepten der tllltl-l`GVOllll,l0Ililll`0 wijsheid, wel
{ eenigzins verbaasd zullen zijn over deze openhariiigen. Zij heb~
. 1
1 1‘
;‘
4
.1
J ol
1, 1